Maandag 30 januari 2006
05.00 uur opstaan en op weg naar de dode zee en Jeruzalem. ($85) Precies op tijd (05.55 uur) worden we opgehaald voor ons appartement. Ook onze buren gaan ook mee en we gaan achter in de bus zitten. De groep is 23 man groot. We rijden in het donker omhoog de woestijn in . Tegen de tijd dat het licht wordt zie je diverse kibboets liggen. Dit is een wooneenheid waar meerdere families bij elkaar wonen die op allerlei manieren hun geld verdienen en dat verdelen over de groep. De reisleidster, Hiske, verteld over alles. Ze weet alles over de bijbel en het leven in Israel. Het is allemaal erg interessant. Rond 08.30 uur komen we aan bij de dode zee. Ik had gedacht dat het erg koud zou zijn en dat we echt moesten doorbijten om te dobberen in de dode zee, maar het is 22 graden en we hebben weer een strak blauwe lucht. We kleden ons om op het strand en na de instructies van Hiske gaan we het water in. Het water is gelukkig niet zo koud. Op de grond van de "zee" liggen de mineralen die gevormd worden door het zoute water. Ze voelen hard aan. Als je het water inloopt is het niet vreemd. Iets verder merk je dat het "zwaarder" word. Zo gauw je tracht te gaan zitten gaan je benen omhoog. Het is een raar gevoel. Ineens drijf je gewoon en komen je benen en armen boven het water uit. Geweldige ervaring. Na het maken van diverse foto's spoelen we ons weer heel goed af en nemen een kop koffie/thee en we rijden verder naar Jeruzalem. Het is ongeveer nog 1.15 uur rijden. We hebben een mooi uitzicht over de dode zee met alle kleuren die deze zee ons biedt. Tegen 11.00 uur stoppen we op de Olijfberg in Jeruzalem, vanwaar we een schitterend uitzicht hebben over stad. Volgens ons verslaat Connie Mus vanuit hier zijn verslagen. Je ziet de graven op de voorgrond, de stadsmuur en natuurlijk het tempelplein met de El Aksa moskee en de alom bekende gouden koepel (Omar moskee). Hiske verteld over de verschillende geloven die hier naast elkaar leven, de christenen, de joden en de moslims. We lopen naar beneden en komen bij de begraafplaats. We lopen de begraafplaats op. Dit is hier heel gewoon, want in principe zouden ze hier naar iedere begrafenis moeten gaan. Omdat dit natuurlijk niet mogelijk is, bezoeken ze de begraafplaats als ze er langs komen en leggen een steen op een van graven als bewijs dat ze er zijn geweest. Je ziet dus ook dat er op de graven, die liggen aan het begin van de begraafplaats veel stenen liggen en verderop geen een. We lopen verder naar de stadsmuur (leeuwenpoort) waar we de oude stad inlopen. We bezoeken de olijfboom waar Jezus de Judaskus heeft gehad. Dit is naast de kerk waar Jezus naar toe moest komen. Het is een eenvoudige kerk met een mooie voorgevel met boven een goudachtige beschildering.
We lopen verder en komen door de souk (winkeltjes) en zien steeds meer van de verschillende geloven. Vrouwen met hoofddoekjes (moslim) en mannen met zwarte pakken en grote hoeden (strenge joden) De joodse mannen hebben allemaal een keppeltje (klein rond kapje) op hun hoofd, behalve de orthodoxe, deze hebben een grote hoed en dragen hun haar in een pijpenkrul langs de oren. Als we de hoek om lopen herkennen we het gelijk. De klaagmuur oftewel de westelijke muur. Geweldig. De muur is een overblijfsel van een kerk, die aanbeden word door deze mensen. De mensen klagen, huilen en janken om de verwoesting van de kerk. Heel apart. Omdat het barmitza is ( een dag dat de jongetjes een gedeelte uit de bijbel moet kunnen voorlezen/zingen in een bepaalde toon) is het een drukte van belang. Hele families staan bij elkaar en gaan met elkaar en de zoon voorop op de foto. Links in het grote afgeschermde gedeelte staan de mannen tegen de muur te klagen en rechts in het kleine afgesloten gedeelte staan de vrouwen tegen de muur te huilen/jammeren/bidden. Omdat de jongens voordat ze naar de muur gaan een keppeltje op moeten hebben liggen er papieren keppeltjes te leen bij de doorgang naar de muur. We maken mooie foto's en blijven ons verbazen. Helaas moeten we weer verder en lopen verder. We komen uit op een stukje van de lijdensweg die Jezus heeft gelopen op goede vrijdag. Deze weg noemen ze de Via Dolorosa. Ze weten niet zeker of hier ook daadwerkelijk de weg was, omdat Jeruzalem natuurlijk verschillende malen is vernietigd en opnieuw is opgebouwd. Langs deze weg zijn verschillende gedenktekens. Hij eindigt bij de graf en opstandingkerk. Deze kerk is gebouwd over de laatste vier"afbeeldingen"van het lijdensweg verhaal. Aan de rechterzijde is de plaats waar Jezus aan het kruis werd gespijkerd en eraf werd gehaald. Aan de linkerkant van de kerk is de steen te zien en te voelen die voor het graf van Jezus werd gerold en weggerold werd op Pasen. De kerk is een vreemd gebouw en is niet echt een kerk waar diensten gehouden worden. Het heeft meerdere donkere bidplaatsen en gedenktekens, mooie versieringen en muurschildering van de zalving. We lopen verder door de souk en gaan lunchen bij een shoarma zaak. Na de lunch brengt de bus ons naar het Holocaust museum (Yad Vashem), waar we alleen een bezoek brengen aan de gedenktekens die daar zijn neergezet voor de overleden kinderen en voor de helpers in het verzet. Deze mensen die onderdak en hulp gaven aan de joden worden herdacht dmv een boom. Erg indrukwekkend. Helaas hebben we niet genoeg tijd om het museum van binnen te zien. (dit zou nl 4 uur duren). Het is een geheel nieuw museum met mooie foto's en bv. een berg schoenen en boeken, uit de concentratiekampen. Omdat Hiske zelf Joods is, is ze erg aangeslagen, mede omdat de helpers van haar ouders hier ook een gedenkteken hebben. Dit heeft ze nooit geweten totdat ze een keer in het museum kwam en de namen herkenden. Dit is nu pas een paar jaar geleden. Haar moeder heeft er nooit iets over verteld. Dit schijnt meer voor te komen in deze families, omdat ze dit zo snel mogelijk wilden vergeten. Na deze indrukwekkende dag rijden we terug naar Eilat en stoppen onderweg een keer om te eten bij Aroma. Dezelfde Aroma als in Eilat. Tegen 21.00 uur worden we afgezet bij ons appartement.