Maandag 7 September.
We zitten eindelijk in het vliegtuig, maar het is vreemd. We hebben vakantie, en gaan op reis naar een vreemde en verre bestemming. We hoeven zelfs vier weken niet te werken, maar toch is er dat vreemde gevoel. Met een snelheid van bijna 1000 Km per uur vliegen we op ons doel af. Het is slecht weer buiten, 49 graden onder nul. Het doel is Delhi, het begin van een rondreis door India en Nepal. We weten uit boeken hoe het er moet zijn. Verhalen van de mensen die er al eens geweest zijn lopen nogal uiteen en zijn niet allemaal even positief. Ook de overstromingen van de laatste dagen in het noorden van India dobberen door ons hoofd. Zou dit alles dan te maken hebben met dat vreemde gevoel. Hoe zal de groep zijn, hebben we een leuke reisleidster? Ja we weten dat het een zij is. En natuurlijk de belangrijkste vraag: Wat staat ons de komende weken allemaal te wachten? Nog een klein uur vliegen en alle vragen zullen beantwoord worden. Als we om 01.30 (lokale tijd) de aankomsthal van het vliegveld verlaten en naar buiten lopen gebeurt het. We worden tegengehouden door een enorme muur van warmte, vochtige lucht en een onvoorstelbare vieze doordringende geur. Als iedereen elkaar gevonden heeft, lopen we met ons vijftienen naar de bus. Er wordt weinig gesproken. De rit naar het hotel verraadt al veel van wat ons de komende weken te wachten staat. De straten worden bevolkt door slapende mensen. Kinderen liggen op vluchtheuvels in de uitlaatgassen van het verkeer en er liggen zelfs mensen in de goot. Als je een stuk plastic of karton hebt om onder te slapen ben je hier al rijk. Het licht uit de koplampen van de bus geeft dit tafereel een bijna middeleeuws karakter. Niemand zegt iets, en weer bekruipt ons dat vreemde gevoel. Ook de eerste kennismaking met het hotel is even schrikken. We pakken onze tassen uit de bus en gaan naar de kamer, gelukkig is het donker. Om 02.30 vallen we moe en heel stil in slaap.
Dinsdag 8 September
We moeten al meteen vroeg opstaan. We hebben maar één dag in Delhi en Iene (onze reisleidster) wil ons nog het nodige vertellen. Om 07.00 loopt de wekker af, douchen onder een primitieve koude douchestraal midden in de badkamer, daar wordt je wel wakker van. Met de waterkoker wat thee gezet, en even op het balkon staan om te kijken wat er in vredesnaam allemaal gaande is. Het is buiten een lawaai vanjewelste. De uitlaatgassen komen je tegemoet, maar dat is niets vergeleken met de geur van de mottenballen die op het putje in de badkamer liggen. Dit alles maakt je wel weeïg. Om halfnegen is het verzamelen op de tweede verdieping van het hotel. Er moeten wat formulieren ingevuld worden, Iene geeft tips over dingen die we beter niet, of juist wel moeten doen. We spreken af dat we vanmiddag met de groep een Citytour gaan maken, en daarna gezamenlijk ergens gaan eten. Het is halftwaalf als we na de nodige problemen eindelijk wat geld gewisseld hebben. Het kan namelijk zijn dat men net doet of er geen geld is, integenstelling tot enige ogenblikken later. Daarom moet alles in de strijd gegooid worden om de mensen achter de balie zover te krijgen dat ze jouw geld willen wisselen. Nu we roepies hebben kunnen we naast het hotel eerst iets gaan eten. We bestellen Butter French Toast met Jam en vruchtensap. We beginnen rustig aan want het schijnt zo te zijn dat iedereen hier wel een keer last van zijn darmen krijgt. De Citytour brengt ons als eerste bij het Rode Fort. Het fort dankt zijn naam aan de rode zandsteen waaruit het is opgetrokken. Het is erg warm. Tijdens de wandeling door het in 1638 gebouwde fort slaat de vermoeidheid toe. In een fietsriksja gaan we naar de Jami Mashid ofwel de Vrijdagmoskee. We hebben te doen met de jongens die ons op het heetst van de dag naar boven brengen. De moskee ligt namelijk op een natuurlijke verhoging midden in Old Delhi. En dit alles voor het luttele bedrag van 35 RPH (FL 1.75). Delhi is een vreselijk drukke en chaotische stad en het ziet er blauw van de uitlaatgassen. Als we bij de moskee worden afgezet willen de rijders meer geld. Het is dan ook verstandig om vantevoren goede prijsafspraken te maken. De problemen worden door Iene netjes opgelost. De Jami Mashid mag alleen blootsvoets worden betreden. Op vrijdag de belangrijkste gebedsdag voor de islamieten zijn hier 25.000 gelovigen. Vandaar dat deze moskee de grootste is in India. Onze volgende stop is het grafmonument van Indira Gandhi. Voor ons betekent dit niet zo veel, maar de Indiërs denken daar heel anders over. We gaan verder naar de Bahaai Moskee. Dit is een gebedsgebouw in de vorm van een Lotusbloem. Elk blad van deze bloem symboliseert een geloofsovertuiging. De Qutab Minar ofwel Overwinningstoren wordt door onze gids toren van de waarheid genoemd. Dit monument stant van rond de jaartelling maar ziet er toch nog gaaf uit. De meesten uit de groep hebben het nu wel gezien en willen terug naar het hotel. De enorme hitte speelt hierbij een grote rol. Na een kleine rustpauze in het hotel gaan we met zn allen eten. Iene weet een heel goed restaurant, waar we met een brommerriksja heen gaan. De rit is een belevenis op zich, het is levensgevaarlijk hoe deze mensen zich door het verkeer manoeuvreren. De rit is in één woord . GEWELDIG. Een van de riksjas kan het restaurant niet vinden. We hebben zonder hen gegeten. Later blijkt dat ze voor de zekerheid maar terug naar het hotel zijn gegaan. Het eten is lekker en de sfeer is gezellig. Na de koffie gaan we met een fietsriksja weer terug. De rit in het donker, zonder licht, is opnieuw levensgevaarlijk. Ook nu raken we weer enkele riksjas kwijt, het lijkt wel een afvalrace.
Woensdag 9 September
Vroeg opstaan en ontbijten met hindernissen in het restaurant van ons hotel, en dan de bus in. Er is een Indiase cameraploeg aanwezig die een programma aan het maken is over het toerisme in India. Na enkele interviews vertrekt de bus uiteindelijk om negen uur. De reis zal ongeveer zes uur duren. Onderweg stoppen we voor een lunch in een heel mooi en goed restaurant. Berry besteld een gerecht met brood (nan) en allerlei soorten currys. Het is heerlijk. Om halfvier arriveren we in Jaipur. Als we deze roze stad binnenrijden schrikken we wel even, het lijkt wel een dierentuin. Olifanten, kamelen, ossen, kippen, varkens, schapen alles loopt hier vrij rond. Het is een drukte van jewelste. Vanuit deze dierentuin slaan we af naar ons hotel. Het hotel is een oud voormalig paleis. Bissau Palace met zijn prachtige bouw doet ons denken aan Indonesië. Dit in nog originele staat verkeerende paleis oogt koloniaal. Het is een oase van rust midden in een stad met 1,4 miljoen inwoners. Nadat we de spullen naar de kamer hebben gebracht lopen we even snel de stad in. De stadspoorten van het oude stadsdeel liggen op loopafstand van het hotel. Wat een belevenis, iedereen wil met je praten en lopen een stuk met je mee. Wat een rommel, vooral op de markt. De stukken vis en kip liggen onder de vliegen te koop op straat. En dan te bedenken dat als je niet vegetarisch eet, dit alles gewoon op jouw bord terecht kan komen. Bij terugkomst in het hotel nemen we even een duik in ons zwembad (echt waar). Heerlijk. Vanavond hebben we een buffet op het dakterras. Er waait een heerlijk briesje. Het is wel raar om te weten dat wij hier lekker zitten, met de wetenschap hoe het buiten ons hotel is. Na het eten nog even rustig zitten. We vallen om elf uur in slaap met alweer een vreemde ervaring.
Donderdag 10 September
We staan vroeg op om naar het Amberfort te gaan. Onderweg stoppen we op een plek waar je mooie fotos kunt nemen van het Amberfort. Weer worden we belaagd door verkopers met allerlei spullen: een uit hout gesneden muziekinstrument wat het meest op een citer lijkt is hier het verkoopartikel. Weer is iedereen nieuwsgierig ze willen alles van je weten, waar je vandaan komt of je getrouwd bent en of er kinderen zijn. Het imposante fort is een bezoek meer dan waard en voor de prijs van 20 cent hoef je het al helemaal niet te laten. Alleen het fototoestel en de videocamera zijn in verhouding duur om mee te nemen (resp. fl 2.50/5.00). We lopen rustig omhoog, het pad kan ook per olifant afgelegd worden, maar daar zien we vanaf. Lekker rondgelopen en mooie fotos gemaakt van vrouwen in fleurige kleding. Deze vrouwen moeten schalen met cement omhoog sjouwen. Men is namelijk bezig het fort wat dateert uit 1592 te restaureren en de vrouwen moeten het zware werk doen. Na het fort gaan we terug naar het oude stadsdeel van Jaipur.We worden afgezet bij het City Palace. De jeugd bespringt ons en vraagt om zeep of shampoo. Het is heerlijk om hier wat rond te wandelen en uit te komen bij het Paleis der Winden, maar dit blijkt een façade. Het paleis bestaat uit niet meer dan één gevel met 953 rijkbewerkte ramen, balkons en schermen. Achter deze ramen en schermen zaten vroeger de haremdames. Zo zagen ze wat van het stadsleven zonder zelf gezien te worden. En ook om een beetje frisse lucht binnen te krijgen. Alles in Jaipur heeft een mooie Terra kleur en als de zon erop staat is dit een prachtig gezicht. We lopen door naar de bazaar, een reeks van steegjes waar je nauwelijks kunt lopen. Het is er erg smal en heel druk. Er is in de bazaar van alles te koop, maar de meeste mensen die hier lopen hebben niets, ook zie je hier veel bedelaars. We nemen een fietsriksja terug tot aan de stadspoort om het laatste stukje tot het hotel te lopen. Het blijft fascinerend om te zien hoe deze mensen leven of moeten leven. We gaan nog even zwemmen in ons kleine maar heerlijke zwembad, en we zijn niet de enigen die er zo over denken. Om halfzes springen we letterlijk de gemotoriseerde riksja in om naar de film te gaan. Iene heeft kaartjes geregeld voor een van de bekendste bioscopen van India. Het verhaal van de film is hetzelfde als het verhaal in de film French Kiss die wij in Nederland kennen. Je kunt er niets van maken, maar het is een genot om te zien hoe de mensen opgaan in de film. Ze lachen om dingen die wij heel normaal vinden. En ze klappen als een vrouw b.v. het niet met een man eens is en hem een klap verkoopt, geweldig vinden ze dat. In de pauze besluiten we om te gaan. Na een drankje en een stuk gebak dat werd aanbevolen door The Lonely Planet lopen we naar de uitgang. In de lounge van de bioscoop staan mooie koperen bakken, wij dachten voor afval of sigarettenpeuken. Het blijken echter spuugbakken te zijn, een man naast ons laat horen hoe het moet. Het spugen door mannen gebeurt trouwens heel veel, en niet alleen op straat dus. Ook dat is iets waar je aan moet wennen. We gaan met 12 man eten bij "the Golden Dragon", dit is echt een aanrader. Uitgebreid eten we voor fl 11.00 pp. Met 3 riksjas terug naar het hotel, nadat we eerst een goede prijs hebben afgesproken. In het hotel kletsen we nog wat na, en om twaalf uur liggen we op bed.