Met de camper naar de Elzas.




Achteraf geschreven.

Met de camper naar de Elzas, een mooie wijnroute gereden. Veel mooie dorpjes bezocht en natuurlijk heerlijke wijn gedronken. Het Elzas gebied is prachtig. De oversteek naar het Hochschwarzwald is adembenemend. Het letterlijke hoogtepunt van het Hochschwarzwald is de Feldberg, met zijn 1.493 meter de hoogste berg van het Zwarte Woud. Maar ook de Schluchsee, het grootste meer van het Schwarzwald, de wereldberoemde Titisee en de Wutachschlucht, de grootste bergkloof van Duitsland, zijn enkele ‘must-sees’ in de regio.


De wijngaarden van de Elzas.

Zaterdag 20 mei. De wijnstreek "Elzas" met zijn bloemrijke dorpen en wijngaarden zijn een bezoek meer dan waard. Althans dat is de informatie die wij hebben uit een folder die wij hebben meegenomen op een camperbeurs. En nu wij een kleine elf dagen de tijd hebben om weer met onze camper op pad te gaan nemen we de oproep in de folder dan ook zeer serieus. De weergoden zijn ons goed gezind, de vooruitzichten voor de komende week zijn prima.

Het is zaterdag vroeg in de ochtend en we rijden via Venlo richting Koblenz, en via Ludwigshafen en Strasbourg naar Obernai. Vanaf Obernai willen we een stuk van "Route des Vins d’Alsace" gaan rijden. De beroemdste wijnroute van Frankrijk. Na een voorspoedige reis komen we aan het eind van de middag aan op “Camping Municipal Le Vallon De L’Ehn”. Zoals de naam al zegt is het een gemeente camping, op loopafstand van het mooie centrum van Obernai. Als de camper op zijn pootjes staat lopen we het dorp in voor een eerste kennismaking en om iets te eten. De eerste indrukken van het dorp en van de omgeving zijn geweldig. We eten - Flammkuchen - een specialiteit uit de Elzas. Het beloofd een mooie trip te worden.


Obernai

Zondag 21 mei. We beginnen de dag met een heerlijk ontbijtje in de zon. Vandaag gaan we een wandeling maken door de wijngaarden die rondom Obernai liggen. Als we via de achteruitgang de camping verlaten komen we in het stadspark terecht, een oase van rust valt over ons heen. Met een stadsplattegrond in de hand zoeken we de juiste weg omhoog. Het is een hele klim maar als we eenmaal boven zijn maakt het uitzicht veel goed. In het achterland zien we Duitsland liggen en het Rijndal. We volgen het wijnpad met mooi uitzicht over de Vogezen en de Elzasser vlakte. Bij de wijngaarden zijn borden geplaatst met informatie over de wijnsoorten en hun geschiedenis. Het wordt een leerzame dag.

In de Elzas groeien zeven druivensoorten: Pinot Blanc, Sylvaner, Riesling, Muscat, Pinot Gris, Gewurztraminer en maar één rode druif de Pinot Noir. Het is een heerlijke wandeling. Langzaam dalen we af naar het oude centrum van Obernai. Het is zondag en de meeste mensen zijn vrij, op het Place du Marche is het een drukte van belang. Mensen verdringen zich om een blik te kunnen werpen op de tientallen glimmende motoren die er op het plein geparkeerd staan. Het doet zeer aan de ogen. Ook prachtige oldtimers en oogverblindende sportauto’s die langs rijden stelen de show. We nemen een ijsje en aanschouwen dit spektakel rustig, zittend op de rand van een oude fontein, die bij dit alles een beetje in het niet valt. Als de rust is weergekeerd in Obernai lopen we terug naar de camping. Het valt op dat we onze camper wel eens mogen poetsen.


Obernai . . . Eguisheim

Maandag 22 mei. We verlaten de perfecte camping in Obernai en gaan op pad. De “Route des Vins d’Alsace” is de beroemdste wijnroute van Frankrijk en leidt ons door een schilderachtig landschap met een enorm aanbod van cultuur, architectuur en natuurlijk gastronomie. Over een lengte van 170 kilometer van Wissembourg tot Thann wisselen de wijngebieden elkaar af. Onze eerste stop is het wijndorpje Barr, een Protestantse kerk en een stadhuis uit de 17e eeuw zijn buiten de vier Grand Cru wijngaarden de toeristische trekpleisters. Helaas is het dorpje uitgestorven en slecht onderhouden. Na deze stop rijden we door op de wijnroute. De routeborden van de Route des Vins d’Alsace laten hier en daar nog wel te wensen over. Dus een goede wegenkaart is echt noodzakelijk.

We stoppen voor een koffiestop op een idyllisch plekje langs de weg, halen onze stoeltjes uit de camper en gaan tussen de wijnranken zitten. Om ons heen alleen maar wijngaarden, wat een prachtig moment. Hier kan geen vijf sterren Grand Café tegen op. Dit is genieten, C’est la Vie. Na eerst een stuk verkeerd gereden te hebben komen we toch aan in Dambach la Ville. Dit Middeleeuws wijnstadje is een waar toeristisch plaatsje. We parkeren onze camper net buiten het stadje en lopen via één van de drie stadspoorten het oude centrum in. Een prachtige Kapel in Romaans en Gotische stijl is het middelpunt van Dambach. We halen een plattegrond bij het: Office de Tourisme en volgen de stadswandeling. Het is alleen erg jammer dat de meeste straten zijn opgebroken voor werkzaamheden.

We vervolgen onze wijnroute die dwars door de Middeleeuwse dorpjes loopt. Wat een schoonheid en wat een gevoel om dit mee te maken. We gaan af en toe echt terug in de tijd. We stoppen in Kaysersberg ook een dorp uit de Middeleeuwen en de Renaissance. We parkeren op een mooie camperplaats en wandelen het centrum in, natuurlijk is ook hier een: Office de Tourisme. We halen een kaart en beginnen aan de stadswandeling.
Kaysersberg is een echt toeristisch dorp, veel souvenirwinkeltjes en terrasjes sieren het straatbeeld. Het is erg druk. Ondanks de hitte klimmen we toch de berg op naar Château Kaysersberg: Ruïne van het keizerlijk kasteel. Bovenop deze ruïne heb je een prachtig uitzicht over het Rijndal.
Het is een stadje met veel herinneringen uit de Renaissance, het stadhuis, de versterkte brug en veel mooie huizen. Maar het belangrijkste van Kaysersberg is natuurlijk het geboortehuis van Albert Schweitzer, wat nu een museum is. We slenteren door de smalle steegjes met veel mooie vakwerkhuizen. Deze vakwerkhuizen zijn heel herkenbaar voor de Elzas. In één van de vele wijnhuizen kopen we een mooie fles Muscat. Op de route door de Elzas mag je Kaysersberg niet vergeten. We rijden aan het eind van de middag nog een klein stukje door naar Eguisheim, waar we een plekje zoeken op “Camping Les Trois Chateaux”.


Eguisheim

Dinsdag 23 mei. Eguisheim. Het is acht uur als we wakker worden, de zon is ook al op. Wat is het toch een feest om heerlijk buiten te ontbijten en rustig de dag te beginnen. Vandaag willen we Eguisheim bezoeken. Het stadje ligt op nog geen vijfhonderd meter van onze camping. Als we de koffie op hebben wandelen we naar het oude centrum. Eguisheim is gebouwd in een unieke vorm, ze is cirkelvormig. Er werd een dubbel vestingwerk gebouwd volgens twee ovalen. Na de 16e eeuw werd de buitenste vestingmuur verlaagd voor huisjes die werden gebouwd ter ondersteuning. De stadswandeling begint dan ook met een rondgang tussen de twee stadswallen. Op het plein van de stad staat een achthoekige burcht gebouwd rondom een binnenplaats. De slotgrachten van de burcht zijn in de 16e eeuw verdwenen.

De kapel binnen de vestingmuren is gebouwd op de overblijfselen van de kasteeltoren. De ooievaarsnesten op de schoorstenen van de burcht en de kapel zijn nu een grote attractie. We wandelen verder langs de Romaanse kerk met een klokkentoren uit de 13e eeuw. In de kerk zien we een houten maagdenbeeld, een unieke verschijning. En natuurlijk ook in Eguisheim de mooie oude vakwerkhuizen, prachtige balkons, erkerramen en puntgevels. De horeca doet goede zaken met dit mooie weer, de terrassen zitten vol. Toeristen doen zich tegoed aan de lokale Elzasser gerechten. De geur van zuurkool met grote stukken worst en vlees komt ons tegemoet. Rustig wandelen we terug naar de camping en maken er een relaxte middag van. Wij eten lekker bij onze camper, onder de luifel met een heerlijk wijntje. We zitten nog lang buiten.


Op de fiets naar Colmar.

Woensdag 24 mei. Vandaag staat Colmar op het programma. Het is de wijnhoofdstad van de Elzas. Na het ontbijt en een slow start pakken we onze fietsen. De fietsroute van de camping naar Colmar is vlak en loopt onder de bomen en grotendeels langs een mooi riviertje. Het is heerlijk om te fietsen. We genieten met volle teugen. Het is nog geen acht kilometer en voor we het weten zijn we in Colmar. We stallen onze fietsen en wandelen het centrum van de mooie stad Colmar in. Colmar is een stad met een rijke historie die begint in de 8e eeuw. We beginnen onze stadswandeling bij het Museum d’interlinden. Dat vlak bij het Office du Tourisme ligt.

De winkelstraten van Colmar zijn gezellig en op veel plaatsen hangen nog oude uithangborden van de beroemde schilder Hansi, het zijn ware kunstwerken. Het is een prachtige dag, we zoeken een plekje op het terras van een patisserie voor een kop koffie met een stuk veel te machtige chocoladetaart. Ondertussen genieten we van de mensen in de stad. Ook staan er wat marktkraampjes waar marktkooplieden hun waren aanprijzen. We vervolgen onze stadswandeling en verbazen ons over de mooie oude huizen met prachtige schilderingen en houtsnijwerk. Via Place de la Cathédraal, het oude wachtgebouw lopen we naar de Leerlooierswijk. Verder lopend komen we in de Rue de la Poissonnerie met aan het eind de Pont Turenne.

We zijn nu, wat ze in Colmar, Petit Venise noemen, klein Venetië. En nu komt de desillusie van de dag, klein Venetië is wel heel erg klein, het gaat om een stukje van pak hem beet zes huizen aan een gracht. Weliswaar met mooie beschilderingen en kleurrijke plantenbakken maar veel meer is het niet. Al met al is het toch zeer de moeite waard om de stad te bekijken. We doen nog wat inkopen en springen op de fiets om via die mooie fietsroute terug te rijden naar de camping.


Eguisheim . . . Todtnau

Donderdag 25 mei. Hemelvaartsdag. We verlaten onze camping en we verlaten Frankrijk. We rijden via een prachtige route de Vogezen uit en via het Rijndal klimmen we het Hochschwarzwald in. Wat een mooie omgeving is dit. Het is ook de streek van de motorrijders, in groepjes scheuren ze door de bergen. We genieten ervan. Onderweg kopen we wat te eten en op mooie parkeerplaats laten we ons het goed smaken. Het uitzicht vanaf de Feldberg (1493) waar we op zitten is enorm, we zien zelfs stukken van de Zwitserse Alpen.

Als we op de camping in Todtnau aankomen krijgen we met alle geluk van de wereld nog een plekje. “Camping Hochschwarzwald” zit helemaal vol, het is hemelvaart weekend en alle Duitser zijn vrij! Maar we hebben geluk. Het is een fijne camping midden in een geweldig natuurgebied. Vandaag is het af en toe een beetje bewolkt. Vanaf de camping zijn er veel wandelroutes, we pikken de eenvoudige route om de camping. Wat is het toch heerlijk om tussen de bomen met je tong op de schoenen te bergen te beklauteren. In de winter is het hier een ideaal wintersport plek. Languit liggend in het gras genieten we van de rust en de omgeving. Terug op de camping eten we Goulashsoep met brood. Hoe kan het ook anders. Het was een dag vele mooie indrukken.


Titisee

Vrijdag 26 mei. Bij het inchecken op de camping hebben we een Konus-Gastenkaart gekregen. Je kunt met die kaart gratis reizen met de trein en de bus. Is dat mooi of niet. De fietsen die we bij ons hebben zijn nou niet het ideale vervoersmiddel hier in de bergen. Dus de Konus kaart biedt uitkomst. We gaan er maar meteen gebruik van maken en plannen een uitstapje naar de Titisee. Vanaf de camping (bus stopt voor de deur) gaan we eerst met de bus naar Todtnau, vandaar met de bus naar Bärental en als laatste nemen we de trein naar Titisee-Neustadt. Het is een prachtige reis. In iets meer dan een uur tijd zitten we aan de Titisee met een kop koffie en een stuk Schwarzwalder Kirschtorte.

Op en rond het meer is van alles te doen, bootjes huren, zwemmen, waterfietsen en natuurlijk wandelen. We besluiten dan ook om een rondje om het meer te gaan lopen. Het is een aardige wandeling zeer de moeite waard. Je kunt zo de Titisee van meerdere kanten bewonderen. Er zijn meer mensen die dit idee hebben en met een vrolijke noot lopen we de paden op en de lanen in. Zelfs het potje met vet wordt op de tafel gezet. Eenmaal terug in het autovrije centrum nemen we een ijsje en wandelen we naar het treinstation. De trein naar Kirchzarten rolt even later het station in. En om de cirkel weer rond te krijgen gaan we het laatste stukje van Kirchzarten naar de camping in Todtnau met de bus. In het avondzonnetje genieten we van een heerlijke spaghetti met een glas wijn. ‘Was kann das leben schön zijn’.


Seebrugg

Op tijd zijn we wakker en na het ontbijt pakken we weer de bus. Maar nu stappen we eerder uit namelijk bij de “Todtnauer Wasserfälle”. De waterval met een vrije val van meer dan honderd meter is de grootste natuurwaterval van Duitsland. We dalen af via een natuurpad langs de waterval, wat achteraf een juiste keuze blijkt te zijn. Trek wel stevige schoenen aan want het is ook zo nu en dan flink glibberen. Het is een machtig gezicht om het water naar beneden te zien kletteren, de vele uitzichtpunten maken het allemaal nog mooier. Uiteindelijk wandelen we verder naar het centrum van Todtnau.

Het is de bedoeling om via Bärental naar Seebrugg aan de Schluchsee te gaan. We hebben ons laten vertellen dat er deze dagen een oude stoomtrein rijdt van Seebrugg naar Titisee. En als treinliefhebber lijkt mij dat een geweldige trip. Als we aankomen aan de Schluchsee valt het enorm tegen, niet alleen het meer maar ook het feit dat de stoomtrein net vandaag niet rijdt. En dan is er ook nog eens nergens een kop koffie te krijgen. Dus nemen we zo snel mogelijk de trein weer terug. Dan nog maar een stop aan de Titisee, wat een verschil. We zoeken een lekker plekje aan de rand van het meer en genieten we van de rust en het mooi uitzicht. Via Kirchzarten reizen we weer terug naar de camping. De Konus-Gastenkaart is een ideaal middel om het mooie Zwarte Woud te leren kennen. Het was vandaag een zeer warme dag, tijd voor een koud biertje.


Dagje op de camping.

“Camping Hochschwarzwald” is prachtig gelegen op de Franzosenberg op bijna duizend meter hoogte. De camping ligt ook midden in een populair skigebied. Het is dan ook heerlijk om wakker te worden en het zonnetje net over de groene bosrand heen te zien schijnen. De gezonde boslucht zorgt er denk ik voor dat we hier prima slapen. Het wordt vandaag een rustdag. Eerst ontbijten en daarna douchen. We rommelen wat in onze camper en vinden dat de camper ook wel een wasbeurt nodig heeft, Wilma gaat met een emmer sop aan de gang. Ik ruim de bagageruimte op, ook dat is best nodig. Wat is het lekker om zo bezig te zijn

. We nemen een kop koffie en een broodje en voor we het weten is het twee uur. Tijd voor de Formule 1, tijd voor Max. In een warm Monaco rijdt Max naar een vijfde plaats. Aan het eind van de middag als we inmiddels de stofdoek en spons hebben ingewisseld voor onze leesboeken begint het wat te regenen en horen we wat gerommel. Het is gelukkig van korte duur. Zo druk als het de afgelopen dagen was op de camping zo rustig is het nu, de meeste vakantiegangers die de afgelopen vier dagen hier stonden zijn weer naar huis. In alle rust maken we iets te eten en zitten we nog heerlijk buiten. We horen op het nieuws dat we op nog een andere Nederlander trots kunnen zijn: Tom Dumoulin wint als eerste Nederlander de Giro d’Italia.

Morgen gaan we naar huis, met een schone camper.


facebook
Camper Ervaringen