Normandie met de camper.



Brugge onze eerste stop.

Zaterdag 7 September. We laten even de boel de boel en gaan er een dikke week tussenuit. Met alle drukte die we de laatste tijd hebben gehad is dat een heerlijk vooruitzicht. We hebben een mooie zomer achter de rug wat betreft het weer in Nederland. Zelfs de afgelopen week was het nog dik dertig graden. De vooruitzichten voor de komende week zijn duidelijk minder, dus gaan we weer richting het zuiden. De plannen zijn om eerst naar Brugge te gaan en dan via de kust van Frankrijk naar Normandië. Ja, eindelijk Normandië. We gaan het meemaken. Rond tien uur rijden we weg. De rit naar Brugge is ongeveer tweehonderdvijftig kilometer. Het zonnetje lacht ons tegemoet. In het begin van de middag rijden we Brugge binnen. Camping Memling is een stadscamping iets meer dan twintig minuten wandelen vanaf het centrum van Brugge. We krijgen een mooie plaats aangewezen net naast het nieuwe toiletgebouw. We installeren ons en natuurlijk willen we meteen Brugge in. We trekken onze wandelschoenen aan en lopen richting centrum. We komen Brugge binnen door één van de oude stadspoorten. De ezelpoort om precies te zijn. Als eerste komen we een kringloop winkel tegen en gaan naar binnen om lekker rond te snuffelen, ik koop een paar boeken en een “Bolleke”. Dat is het glas waar een: De Koninck in uitgeschonken wordt. Per slot van rekening zijn we in België en daar heerst een echte biercultuur. De Belgische biercultuur is een begrip dat verwijst naar het bijzondere van zowel de enorme variatie van biersoorten en -merken, als naar de hoogaangeschreven kwaliteit en de wijze van brouwen. Er zijn zeer veel lokale Belgische bieren, dikwijls gebrouwen door individuen of enkele liefhebbers. We lopen verder richting de grote markt. De Markt bevindt zich in het hartje van de binnenstad en heeft een oppervlakte van ongeveer 1 ha. Aan de zuidkant van het plein staat een van de bekendste monumenten van de stad, het 12de-eeuwse belfort (Halletoren). Het plein werd in 1995-'96 heraangelegd en sindsdien mogen er geen auto's meer parkeren. We gaan op zoek naar een frituur, want natuurlijk gaan we voor een friet stoofvlees. Op de hoek van de markt vinden we er één. En een hele echte. Sober ingericht, echte Belgen en heerlijke frieten. Ik er neem er natuurlijk een Jupiler bij. Op het terras van de frituur hebben we ook nog prachtig zicht op de markt en het volk dat voorbij schuifelt. Zelfs de zon laat ons niet in de steek. Voor het lekkerste ijsje in Brugge moet je bij Gelateria Da Vinci zijn, de zaak zit net achter de markt. Als je niet kunt kiezen mag je eerst proeven. Heerlijk. Brugge is een prachtige stad. Als we weer richting de: Ezelpoort lopen komen we langs een echt Belgisch Bier Café. Het heet: ’t Brugs Beertje, en dit café is de reden dat mensen Brugge meerdere keren bezoeken aldus de eigenaar. Meer dan driehonderd soorten bier. Je hebt geen kaart maar een heus boekwerk waarin alle bieren uitvoerig beschreven staan. De zaak kent meerdere kleine zaaltjes waar je helemaal uit je “Bolleke” kunt gaan. Geweldig, hier moet je zijn geweest. Het café vindt je in de kemelstraat op nummer 5. We lopen terug naar de camping. Op tijd duiken we ons bed in, het was een mooie dag.



Een dagje Brugge.

Zondag 8 September. We hebben heerlijk geslapen en worden gewekt door de zon. Het moet niet gekker worden. We ontbijten buiten bij de camper. De douches en het toilet zijn kraakhelder. Het toiletgebouw is net nieuw. Vandaag gaan we op de fiets naar Brugge. We fietsen via de Kruispoort Brugge binnen en gaan eerst via een mooi fietspad buitenom Brugge heen. We passeren als eerste de vier molens. En wij maar denken dat Holland het patent had op windmolens? Welnee, Brugge had er in de 17e eeuw niet minder dan 27! Nu staan er nog vier en slechts één ervan is een oorspronkelijk Brugse windmolen. Via een paar stadsparken en het station komen we in het Minnewater. Het Minnewater is een langwerpig meertje in het centrum van Brugge. Het is omgeven door de vesten en het in 1977-'79 aangelegde Minnewaterpark. Het is er opmerkelijk druk. Met de fiets rijden we naar het Begijnhof, hier zetten we de fietsen neer en wandelen door dit mooie gedeelte van Brugge. Het Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaerde is het enige nog bewaarde begijnhof in de stad Brugge. Er zijn geen begijnen meer, maar sinds 1927 woont er een kloostergemeenschap van benedictinessen, gesticht door Kanunnik Hoornaert. In dat jaar werden de huizen aan de westzijde ook omgevormd en uitgebouwd tot het Monasterium De Wijngaard, een priorij van benedictijnse parochiezusters. Natuurlijk kunnen we niet om de Belgische wafels heen. Op elke hoek kun je ze kopen. We nemen er één met banaan en slagroom, heerlijk, de calorieën fietsen we er zo wel weer af. Ook is er een kleine antiekmarkt, we struinen langs de kraampjes en genieten van de sfeer. De rondvaartboten vliegen ons om de oren, wat een commerciële handel is dat zeg. Brugge heeft ook vele mooie hofjes, we vinden er een aantal en genieten van de rust. Eenmaal weer op de fiets zetten we koers naar de: Markt. We drinken een kop koffie en luisteren naar een blaaskapel die in een tent midden op het plein de zondagsrust aangenaam verstoord. Het lijkt ons een goed plan om nog een keer bij ijssalon “Da Vinci” langs te gaan. En ook nu weer is het er een drukte van belang. Het is vandaag sowieso veel drukker in Brugge dan gisteren. We fietsen nog een stuk door het oude stadsgedeelte en genieten van het mooie weer. Als we besluiten om terug naar de camping te fietsen begint het langzaam te druppelen, het zal toch niet waar zijn. Oeps, dat is niet gepland, we moeten een tandje bijzetten (een oude Belgische wielerterm) en met de neus op het stuur bereiken we de camping. Eenmaal binnen begint het echt te regenen. Precies op tijd. We maken een soepje met verse ballen en een stokbroodje uit de oven. Glaasje wijn erbij. Na het eten lezen we nog wat en ik werk het dagboek bij. We zoeken op tijd ons nestje weer op. Aan het slapen ligt het niet….. Welterusten.



Van Brugge naar Honfleur.

Maandag 9 September. Na twee leuke dagen in Brugge gaan we vandaag verder richting het zuiden. We ruimen de boel op en na het ontbijt rijden we de camping af. Camping Memling is een perfecte camping om Brugge te verkennen. De camping heeft ruime plaatsen en een nieuw sanitairgebouw, het ziet er spic en span uit. Ook alle voorzieningen voor de camper zijn aanwezig en je loopt in een half uurtje naar hartje Brugge. Een aanrader. Over de E40 rijden via Duinkerken en Calais naar St Valerie-sur-Somme. Het landschap begint al wat heuvelachtiger te worden en het ziet er mooi uit. Het is de aanlooproute naar Normandie. Normandie heeft vele gezichten, aldus de boekjes. Mooie dorpjes, heerlijk eten maar natuurlijk ook de herinneringen aan de tweede wereldoorlog. We gaan het zien. Onze poes Woody is ook weer van de partij deze reis en ligt helemaal uitgeteld in haar mandje, misschien komt dit ook wel door de druppeltjes “Valeriaan” die ze heeft gekregen. Het begint te regenen als we St Valerie-sur-Somme binnen rijden, het plan om hier te gaan staan vanacht komt meteen te vervallen. Wat een trieste bedoeling zo in de regen. Het dorpje was best een stop waard geweest zo te zien. Dan maar het kompas gericht op Honfleur. Honfleur moet je gezien hebben zegt iedereen. Een groot gedeelte van de stad is tot beschermd stadsgebied verklaard. Het heeft een grote culturele en historische waarde. We rijden naar: Camping La Briquerie. De camper staat snel op zijn plaats en de regen klettert op het dak als wij de pizza in de oven schuiven. Na de koffie en een borrel lezen we nog wat. Hopen dat het morgen droog is. Welterusten.



Honfleur

Dinsdag 10 September. We hebben bijna de klok rond geslapen. Heerlijk. De douches zien er prima uit, het is alleen wat smoezelig. Het is een grote camping met ruime plaatsen. Ook een prima ontvangst bij de receptie. Vandaag gaan we Honfleur verkennen, na het ontbijt springen we vol goede moed op de fiets. De zon wijst ons de weg naar het centrum. Vanaf de camping naar het centrum is de weg sterk afdalend, met een noodgang scheuren we naar beneden. Wilma roept luid: moeten we hier straks ook weer omhoog? Ik denk het wel, gil ik terug. Alpe d’Huez is er niets bij. In het centrum aangekomen stallen we de fietsen en lopen richting: Vieux Bassin, ook wel het Oude Bassin genoemd. Het is de binnenhaven van Honfleur. Ook hier zijn weer veel toeristen op de been. Het ziet er schitterend uit. De kades van het Oude Bassin met de typische huizen en de mooie kleine steegjes met de vele kunstgalerijen en winkeltjes nodigen uit om heerlijk te flaneren. Restaurantjes en cafés wisselen elkaar af langs de kade. Tijd voor koffie. We zoeken een leuk plekje in de zon en genieten van de koffie maar ook van de mensen die langs lopen. De bediening van ons terras is de lange zomer aardig beu zo te zien en verlangen naar rust. De dame op ons terras loopt met een zuur gezicht te serveren. Met de plattegrond in de hand slenteren we verder door Honfleur. Het is inderdaad een schilderachtige havenplaats. Het ligt aan de monding van de Seine. Kunst- en Geschiedenisstad. Veel schilders vonden hier hun inspiratie. Vandaar ook de vele galeries in Honfleur. We passeren de grootste houten kerk van Frankrijk: de Eglise Sainte-Catherine. Via een steil kronkelweggetje komen we op: Cote du Grace een uitzichtpunt vanwaar je Le Havre kunt zien liggen en de Pont de Normandie over de Seine. Hier staat ook de Chapelle Notre-Dame-de-Grace uit de zeventiende eeuw, het diende als bedevaartsoord. Het is zeker een bezoek waard. Langzaam dalen we weer af naar het centrum en lopen nog een keer langs de prachtige haven. We nemen een ijsje. Ja, en dan is het zover. We moeten met de fiets bergop. Alleen het idee al. In het kleinste verzet (een oude Belgische wielerterm) beginnen we aan de tocht, na drie kilometer en twee keer stoppen komen we op de camping aan. Naar lucht happend vallen we neer in onze tuinstoelen. Wilma schenkt een borrel in, die hebben we wel verdiend. Ik spring de keuken in, vanavond eten we macaroni. Na het eten maken we plannen voor de verdere reis. Wordt vervolgt. Tot morgen.



Honfleur >>> Sainte Mere Eglise

Woensdag 11 September. En weer hebben we heerlijk geslapen. Na ons vaste ochtend ritueel pakken we de camper weer en verlaten Honfleur. Het is licht bewolkt. Vandaag gaan we op oorlogspad, eerst willen we naar Sainte Mere Eglise rijden en van daaruit langs de kust terug. We zijn net op weg als we door Trouville rijden en zien dat daar markt is. We besluiten om de camper te parkeren en even over de markt te lopen. De markt stelt niet zo heel veel voor en Trouville evenmin. We kopen een brood en wat lekkers voor bij de koffie, croissants met amandelvulling, een specialiteit uit de regio. We zetten weer koers richting Sainte Mere Eglise. Het landschap is prachtig, het doet ons denken aan Engeland. Via de nodige binnenweggetjes komen we aan in Sainte Mere Eglise. Het is een symbolische plaats geworden waarvan de naam onherroepelijk verbonden is met de landing van de geallieerde op 6 Juni 1944. De meeste van ons kennen het denk ik uit de film: The Longest Day een film uit 1962 en het verhaal van John Steele, de Amerikaanse parachutist die met zijn parachute in de kerktoren bleef hangen. Ik weet nog goed dat ik de film zat te kijken en veel medelijden had met de parachutist, en dat mij dat de gruwel van de rest van de film deed vergeten. We parkeren onze camper op het dorpsplein net naast de kerk. Gewapend met onze camera’s schieten we nogmaals op John die nog steeds (symbolisch) aan de toren hangt. Het is een rare gewaarwording om nu hier te staan. Ik zie de beelden uit de film nog zo voor me. Hoe zou het verlopen zijn met John Steele? Ik lees later dat hij de oorlog heeft overleefd en in 1969 is overleden. We bezoeken de kerk en lopen nog even door het dorp. De Amerikaanse begraafplaats kunnen we niet vinden. Batterie d’ Azeville ligt een kilometer of acht buiten Sainte Mere Eglise en dat is ons volgende doel. De batterij van Azeville was een kustbatterij en ligt in een mooie groene omgeving. In 1941 werd in dit plaatsje het begin gemaakt met de bouw van deze kustbatterij door de Organisatie Todt. Het enorme bouwwerk is nu te bezichtigen, bij de entree zit het gebruik van een inforecorder inbegrepen waarmee je op de juiste plaatsen tijdens de rondgang informatie te horen krijgt. Langzaam dalen we af door de kazematten, het is erg indrukwekkend allemaal. Zeshonderd meter aan onderaardse tunnels, die helaas niet allemaal meer te bezichtigen zijn. Wat mij het meest verbaasd is het feit dat je van hieruit de kust helemaal niet kunt zien, maar we horen dat de kanonnen met een reikwijdte van zestien kilometer werden aangestuurd vanuit een post aan de kust. De Duitsers hielden uiteindelijk maar vier dagen stand tegen het geallieerde geweld. Het Amerikaanse oorlogsschip: Nevada maakte met twee voltreffers een einde aan Batterie d’ Azeville. Het is inmiddels bijna avond en we gaan een plekje opzoeken voor de nacht. We rijden richting Omaha Beach. In Grandcamp-Maisy stoppen we op Camping du Joncal. Zoek zelf maar een plekje zegt de dame van de receptie, en het wordt een plek aan de rand van de camping strak aan zee. Magnifiek, waarschijnlijk is dit de mooiste plaats waar we ooit hebben gestaan. Het zicht op zee is prachtig, rechts van ons ligt Omaha Beach. Als ik de ogen sluit zie ik de beelden weer van de film: The Longest Day, jonge soldaten die ploeterend het strand op kruipen, voor onze vrijheid. We will never forget. Morgen gaan we Pointe du Hoc bevrijden.



Pointe du Hoc.

Donderdag 12 September. Vandaag worden we gewekt, en wel door de plaatselijke bakker. Luid toeterend stopt hij voor onze camper, voordat wij goed en wel in gaten hebben wat er aan de hand is, en gekleed in pyjama met klein geld in de hand de camper uit willen springen is zij al weer weg. Dan maar zelf broodjes bakken in ons oventje. Morgen zullen we scherper moeten zijn. Na onze eigen broodjes te hebben genuttigd gaan we douchen. Het toiletgebouw is enigszins gedateerd maar zover als ik kan zien wel schoon. We hebben besloten om hier nog een dagje langer te blijven staan. Het mooie uitzicht is hier zeker debet aan. Eb en vloed wisselen elkaar snel af, en wij staan er met de camper bovenop. Het weer is prachtig, en dat al zo vroeg op de dag. Vandaag gaan we naar Pointe du Hoc. De wandelschoenen worden aangetrokken, ja we gaan wandelen. Het is een kleine zes kilometer vanaf de camping, we lopen over de grote weg wat niet erg prettig is. Na een dik uur lopen zien we één van de mooiste natuurgebieden van de Normandische kust. Steile kliffen tot wel veertig meter hoog en waar de wind de baas is. Deze plek werd daarom ook gekozen door de Duitsers om een indrukwekkende legerbatterij neer te zetten met vier zware 155 mm kanonnen. Daarbij werd de plek ook nog eens bijzonder goed bewaakt. De bestorming van de Pointe du Hoc is één van de bekendste hoofdstukken uit de geschiedenis van de landing. Pointe du Hoc is gratis te bezoeken. Het terrein is na 70 jaar nog steeds als een maanlandschap bezaaid met diepe kraters. De bomkraters liggen er nog net zo bij als het werd achtergelaten op 8 Juni 1944 door de laatste Rangers. Deze volledig beschermde en bebakende plek is voor eeuwig eigendom van de Verenigde Staten. We lopen er rond en verbazen ons over de omvang. Kolonel James Earl Rudder en zijn 225 Rangers van het US 2nd Ranger bataljon hebben hier een grote stap gezet naar onze vrijheid. De dagen voordat de landing op Pointe du Hoc plaatsvond, werd het zwaar gebombardeerd. Door deze bombardementen hadden de Duitsers de 155 mm kanonnen meer landinwaarts geplaatst, hetgeen de Rangers niet wisten. Om 7 uur in de morgen bereikten de Rangers de voet van de 30 meter hoge klippen, die door de Duitsers vanuit bunkers werden verdedigd. Met behulp van touwladders en met mortieren omhoog geschoten enterhaken met touwen, slaagden de mannen erin tegen de kliffen op te klimmen, de Duitsers uit te schakelen en een strategische positie in te nemen. Rustig lopen we terug naar de camping, de wind en enkele konijnen wijzen ons de weg. Als we weer op de grote weg zijn stopt er een stadsbus, wat een prachtige timing als je weet dat er maar drie keer per dag een bus hier stopt. We stappen in en na de nodige grapjes van de chauffeur mogen we gratis meerijden. Geweldige mensen die Fransen. Hij gooit ons in het centrum van Grandcamp-Maisy er uit, en we wandelen langs de boulevard naar de haven. Het is geen wereldstad, maar aan de haven drinken we een bak koffie in het zonnetje. We halen nog een paar boodschappen en om drie uur zitten wij lekker bij onze camper. Over het weer mogen we niet klagen. Het is een prachtplek en de zeemeeuwen dansen voor ons in de wind. We lezen wat en ik ga de keuken in voor een pasta met zalm en een tomatenroomsaus. Het was een indrukwekkende en heerlijke dag. Morgen rijden we verder naar Omaha Beach.



Omaha Beach en het Normandy American Cemetery and Memorial.

Vrijdag 13 September. O jee, Vrijdag de dertiende als dat maar goed gaat vandaag. Klokslag acht uur worden we wakker, de bakker. Ja, vandaag zijn we haar te snel af en liggen in houding klaarwakker te wachten totdat ze het terrein op komt rijden. Slippers binnen handbereik en klein geld op het aanrecht. En ja hoor daar komt ze aan. Wilma springt uit bed: trekt de slippers aan, grist in het voorbij gaan het kleingeld mee en vliegt naar buiten. Met de precisie van een Zwitsers klokje staat ze bij auto van de bakker. Deux “Baquette Tradition” s'il vous plaît. Onze dag kan niet meer stuk. Na het vaste ritueel, het inpakken, water lozen, water tappen, afrekenen, vertrekken we van ons mooie plekje. We rijden de D 514 op richting Omaha Beach. Tussen de rotsen van Grandcamp en Arromanches wordt de kust voor een groot deel gekenmerkt door steile krijtrotsen, die tientallen meters vanuit zee oprijzen. Vanaf de dorpen Vierville, Saint-Laurent en Colleville loopt de kust geleidelijk af en vormt dan een kloof van zes á zeven kilometer: deze bestaat uit een wal die tamelijk stijl afloopt naar het strand, dat bereikbaar is via smalle dalen met hoge wanden. Vanwege de ligging was dit gebeid makkelijk te verdedigen door de Duitsers, mitrailleursnesten, mortieren, mijnenvelden en prikkeldraad versperringen, dus bepaalt geen ideale plek voor een landingsoperatie. Later zou ook blijken dat juist hier enorme verliezen werden geleden. We stoppen in Vierville. Omdat het eb is kunnen we goed de pier zien liggen die op de restanten van de oude kunstmatige haven is gebouwd. We lopen een stuk over het strand en maken de nodige foto’s. Langs het strand rijden we naar Saint-Laurent en komen eerst nog langs het Monument “Les Braves”. Dit monument is ter gelegenheid van de 60’ gedenkdag van D-Day op het strand geplaatst. Wat is hier veel gebeurt. Ik blijf me verbazen over de grote en de hoeveelheden, het is enorm. Later in de musea zal deze gedachte alleen maar versterkt worden. In deze regio rijden meer campers dan personenauto’s. Vlak bij het Monument: Les Braves bevind zich het Memorial Museum Omaha Beach. We gaan er naar binnen en duiken zo midden in het hart van D-Day. Persoonlijke voorwerpen, voertuigen, uniformen en wapens. Maar ook mooie diorama’s, historische foto’s en kaarten. Aan het eind van de rondgang geeft een film een indrukwekkend slot aan dit museum. Het is niet lang leve de lol allemaal deze vakantie maar wel goed om dit te zien en te beleven. Zij die vochten voor onze vrijheid. Om het beeld nog beter voor ogen te krijgen rijden we naar het: Normandy American Cemetery and Memorial. Hier staan meer dan negen duizend onberispelijk uitgelijnde kruizen en davidssterren van wit marmer op een mooi groen tapijt van gras. Het is enorm indrukwekkend. Het Memorial, De Kapel, De Tuin van Vermisten, waar op een muur de namen staan van meer dan 1500 vermisten die hun leven hebben gegeven in deze streek. Maar wat je zeker niet mag missen is het bewaakte bezoekerscentrum, het toont de betekenis en het belang van Operatie Overlord. Operatie Overlord was tijdens de Tweede Wereldoorlog de codenaam voor de invasie door de westerse geallieerden in het door Duitsland bezette West-Europa. Operatie Overlord begon op 6 juni 1944 en eindigde op 25 augustus 1944, toen Parijs werd bevrijd. Menig traan rolt hier over de wangen. Het is vier uur en we gaan op zoek naar een plaats voor de nacht. Na tien minuten rijden komen we aan op: Camping Le Robison. Wat heeft “Robison” met Normandie te maken? “Robison” gooide op zoek naar vrijheid een fles met post IN zee, hier kwamen mannen en vrouwen op weg naar vrijheid juist UIT zee. We drinken een borrel buiten bij de camper want dat hebben we wel verdiend. Na het eten lezen we nog wat, en ik werk het dagboek bij. D-Day 6 Juni viel op een Dinsdag.



Arromanches

Zaterdag 14 September. Na weer een heerlijke nacht geslapen te hebben moeten we nu zelf ons brood ophalen, bij de bar van Camping Le Robison. De camping is ruim van opzet, een nette sanitairruimte waar dames en heren gezamenlijk kunnen douchen, nou ja natuurlijk wel in aparte hokjes natuurlijk. Je snapt het wel. Het beloofd vandaag mooi weer te worden. We willen eerst naar de batterij van Longues sur Mer het is een Duitse artillerie eenheid en onderdeel van de Atlantikwall die de Geallieerde schepen bombardeerde in de ochtend van 6 juni 1944, het is de enige kustbatterij die zijn kanonnen behouden heeft. De uitschakeling van deze batterij was één van de eerste doelen op D-Day. Het parkeren van de camper is bij alle bezienswaardigheden geen probleem, het is perfect geregeld met zelfs voorzieningen voor de campers zoals waterlozen en water innemen. We lopen over de toppen van de rotsen en bekijken de batterij, wederom een erg indrukwekkende getuigenis van wat het verdedigingswerk van de Atlantische Muur was. Van hieruit heb je ook meteen een mooi uitzicht op “Mulberry B” bij Arromanches. Mulberry was de codenaam voor een tweetal kunstmatige havens (Mulberry A en Mulberry B) die onmiddellijk na de landingen bij Normandië op 6 juni 1944, werden aangelegd. Mulberry A werd in de Amerikaanse sector bij Saint-Laurent sur Mer (Omaha Beach) aangelegd. Mulberry B in de Britse sector bij Arromanches (Gold Beach). Je ziet de overblijfselen nog in zee liggen. Naar Arromanches is het slechts nog enkele kilometers en wederom parkeren we de camper netjes in het dorp en lopen naar het centrum waar op strand de pontons liggen die er in juni 1944 naar toe zijn gesleept. “Als we niet over havens kunnen beschikken, nemen we er zelf wel één mee”, aldus de uitdagende verklaring van Winston Churchill. We lopen over het strand en verbazen ons wederom. Wat is hier toch allemaal gebeurd. Om dat te weten te komen ga ik naar het: Musee du Debarquement. Dit museum ligt precies aan het strand waar de kunstmatige haven (Mulberry B) werd aangelegd. Het museum geeft een beeld aan de ongelofelijke technische uitdaging die de bouw en de uitvoering van deze kunstmatige haven betekende. Maquettes, diorama’s en een indrukwekkende film geven een goed beeld. Dit museum was het eerste museum ter herinnering aan 6 juni 1944 en de slag om Normandie. In Arromanches vind je ook het “Arromanches 360”. Een bioscoop waar een achttien minuten durende film draait: “Normandie 100 Days”. De film wordt vertoond op negen schermen in een panorama opstelling, de film is krachtig en je bent midden in de strijd tijdens de invasie. Na de film lopen we naar het uitzichtpunt, vanaf hier is ook weer goed te zien wat er allemaal nog aan overblijfselen in zee ligt. Wat een indrukken allemaal. Tijd voor wat ontspanning. We gaan weer een camping opzoeken. Het wordt: Camping Cote de Nacre in Saint Aubin sur Mer. Een grote vier sterren camping met alles er op en er aan. We boeken voor een nachtje en als de camper staat nemen we eerst een duik in het overdekte zwembad. Brrrrrr. Als om negen uur de avondanimatie begint, livemuziek, stoppen wij een dvd in onze laptop en kijken een leuke film. Echt zaterdagavond.



Pegasus Bridge in Benouville

Zondag 15 September. Rond half negen worden we wakker en als ik het dakluikje van de camper open schuif zie ik een blauwe hemel. Het zal toch niet waar zijn, een echte zondag. Als eerste maar douchen en brood halen. Camping Cote du Nacre heeft volgens ons het mooiste sanitairgebouw wat wij in onze camperjaren gezien hebben. Groot, modern, een vlonder waar vissen onderdoor zwemmen bij de ingang en prachtig sanitair. En alles is netjes schoon. Het is overigens een hele mooie camping vlak bij het strand van Saint Aubin. In de supermarkt haal ik brood en Wilma heeft in de tussentijd de boel in camper aan de kant. Lekker ontbijten en eens zien wat we verder gaan doen. Op het lijstje staat alleen nog de: Pegasus Bridge nabij Benouville, ook wel bekend als de Benouville-brug. We rijden weer over de D 514 langs de Normandische kust en stoppen in Ouistreham. We wandelen langs de haven en over de vismarkt. Het is er erg druk. Vanaf hier vertrekken de ferry’s naar Portsmouth. We zoeken een bankje op en genieten van het zonnetje. Naar Benouville is het nog slechts enkele kilometers. Als we bij de beroemde Pegasus Bridge aankomen is het er opmerkelijk rustig. Dat was in de nacht van 5 op 6 juni 1944 wel anders. Uit het niets en geruisloos landde hier om 00.15 drie Horsa-Gliders, op slechts enkele meters van de brug. Manschappen onder bevel van Majoor John Howard verraste de aanwezige Duitsers en binnen enkele minuten was de brug in geallieerde handen. Het eerste succes was een feit. Naast de brug staat het legendarische Cafe Gondree: “het eerste bevrijde Franse huis”. We gaan op het terras van Cafe Gondree koffie drinken. Binnen sieren dankbetuigingen de wanden, het is meer een museum dan een cafe. Het is een weer een bijzondere plek waar we nu zitten. Ook het zonnetje schijnt nog. Hier begon de route naar de vrijheid. Bijna zeventig jaar geleden sprongen hier mannen van net twintig jaar de nacht in en bevrijde het eerste stukje van Frankrijk. Voor ons zit de reis door Normandie er op, wij rijden naar huis, en zullen rond tien uur vanavond in Nederland zijn. Zeventig jaar geleden deden de jonge soldaten er bijna een jaar over om Nederland te halen, en te bevrijden.

***************************

Eindelijk zijn we in Normandie geweest, het stond al lang op ons verlanglijstje. Het weer was prachtig. Het was indrukwekkend, maar goed om te zien. Wat veel indruk gemaakt heeft is de enorme omvang van het gebied, en hoe massaal die bevrijding is geweest.


Winston Churchill zei:

We shall defend our island whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender.

We zullen koste wat kost ons eiland verdedigen, we zullen vechten op de stranden, we zullen vechten op de landingsplaatsen, we zullen vechten in de velden en in de straten, we zullen vechten in de heuvels, maar overgeven zullen we ons nooit.

engels Duits
Display Pagerank
Onze Camper Ervaringen
facebook