Cambodja ons reisverhaal.



Achteraf geschreven.

Het was een geweldige reis. Het was ook een speciale reis omdat ik mijn vijftigste verjaardag wilde vieren tussen de tempels van Angkor Wat. Het was ook onze eerste reis die we op eigen gelegenheid maakte, en dat is achteraf erg goed bevallen. We hebben nu meer het gevoel dat we het land hebben veroverd. Reizen in groepsverband is toch anders. Je mist door dat je met de groep reist veel van wat er om je heen gebeurt. Nu konden we alles zelf bepalen en regelen. Nog een dagje blijven of verder reizen.


Phnom Penh

Dinsdag 27 en Woensdag 28 november. De wekker gaat om 05.00 uur. We staan vroeg op om met de bus van half 7 naar het treinstation te gaan. Nog even snel wat rommel opruimen, zodat Matthijs in een opgeruimd huis komt. We hebben voor het eerst iemand in huis via Holidaylink.nl voor oppas voor onze poezen. En dat is dus Matthijs. We moeten op het laatst nog haasten maar missen toch de bus. Helaas missen we hierdoor ook de trein van 07.00 uur. Op het station stappen we door een fout van de NS ook nog in de verkeerde trein, en rijden we via Nijmegen naar Utrecht. Na de nodige stress komen we om 08.15 uur aan op Schiphol. Tijd genoeg. Rustig inchecken en richting gate. We vliegen ditmaal met Singapore Airlines. Deze maatschappij staat erom bekend dat ze ruimere stoelen en een goede service aan boord hebben. Inderdaad we zitten heerlijk, vriendelijke bediening en lekker eten. We vliegen met een boeing 777. In dit vliegtuig heeft iedereen zijn eigen tv scherm en kan je kiezen uit diverse nieuwe films, programma's of games. Twaalf uur later stappen we in Singapore over om nog anderhalf uur te vliegen naar Phnom Penh. We komen daar rond 10.00 uur aan.

cambodja cambodja cambodja

Bij de eerste balie vragen we gelijk onze VISA aan. Dit wordt door zeven mensen verzorgd die allemaal hun eigen taak hebben. We lopen door de douane en zien dat de Cambodjanen geld betalen aan deze ambtenaren om sneller geholpen te worden. Onze bagage ligt al op de band. Als we de tas eraf halen merken we dat de slotjes van de tas niet meer open kunnen en dus vernield moeten worden. We zijn als laatste in de aankomsthal. Buiten is een kantoortje waar we een taxi nemen naar het centrum van Phnom Penh. We hebben hotel ¨Bright Lotus¨ uitgezocht en worden daar na een half uur rijden met de taxi afgezet. Gelukkig hebben ze nog een kamer op de vierde etage en die ziet er goed uit. De kamer is voorzien van een fan, airco en warm water, dus wat willen we nog meer. We hebben uitzicht op het Nationale Museum. Na een heerlijke warme douche gaan gelijk we de stad in, om zo snel mogelijk aan het tijdsverschil te wennen. Ons hotel is twee minuten vanaf de rivier. Eerst maar eens rustig zitten en kijken wat er allemaal gebeurd en op een terras iets drinken. Sommige restaurants langs de rivier zien er erg decadent uit in verhouding met het straatleven. Er staan luxe stoelen met dikke kussens, terwijl buiten het terras lopen kinderen te bedelen of spullen te verkopen. Op deze manier verdienen ze geld om naar school te kunnen gaan. De kinderen kijken allemaal erg triest. We gaan nu nog niets kopen omdat we dan de hele vakantie met de spullen moeten sjouwen. We beginnen moe te worden en lopen door, richting het Paleis. Er zijn hier veel toeristen. Je mag niet naar binnen als je een korte broek aan hebt. Niet aan gedacht, dus hebben we pech. Misschien ook maar beter zo. We lopen rustig terug naar ons hotel en nemen een kop thee en een biertje. De zon staat op het terras en het wordt lekker warm. We moeten nu echt oppassen dat we niet in slaap vallen. Om 16.30 nemen we iets te eten (kip curry en rundvlees met gebakken noodles). Het eten is goed van smaak. Het is 18.00 uur en we houden de ogen niet meer open. Het begint nu ook donker te worden en de biologische klok zegt… slapen. We ruimen de tassen op en duiken het bed in. Heerlijk.


Phnom Penh en de Killing Fields

Donderdag 29 november. Om half acht worden we wakker. Vannacht er twee keer uitgeweest door de airco, die veel te koud stond. De airco uitgezet en toen heerlijk verder geslapen. We nemen een lekker ontbijt op het terras van ons hotel, met yoghurt, fruit en muesli Berry neemt toast met gebakken eieren. Het is hier heerlijk toeven ondanks het drukke verkeer voor ons hotel. We regelen een tuk-tuk naar het Tuol Sleng museum en naar de Killing Fields. De tuk-tuk rijders hebben volgens ons bijna allemaal vaste prijzen en er valt weinig te onderhandelen. We betalen voor de hele dag. In de tuk-tuk waarschuwt de bestuurder dat we goed op onze spullen moeten passen. Dit wisten we al, maar toch goed om er even aan herinnert te worden. We rijden 10 minuten door het chaotische verkeer en komen aan bij het museum. Het museum is realistisch en triest. Je ziet hoe de mensen gevangen gehouden werden. Erg confronterend. De mensen zijn gemarteld en gedood op gruwelijke wijze. Van bijna alle mensen zijn foto's gemaakt. Hoe ziek ben je om dit te doen? We zien martelwerktuigen en tekeningen over de harde werkelijkheid. De "isoleercellen" zijn afschuwelijk. De kamers, voormalige klaslokalen waar mensen soms wel 6 uur gemarteld werden, om maar informatie los te krijgen. Als dit niet werkte werden ze met de handen op de rug opgehangen op de binnenplaats. Als ze dan half bewusteloos waren werden ze verdronken in een grote stenen kruik. Dit alles werd gedaan in opdracht van het Pol Pot regime en uitgevoerd door gevangen die een keuze kregen, of meewerken of de dood. Sommige van deze mensen zijn levend uit deze gevangenis gekomen en hebben nu een "normaal" leven. De foto's van deze mensen met hun verhaal hangen in het museum. Er wordt een film gedraaid met verhalen van de nabestaanden. Dit alles is erg indrukwekkend. Als we het museum uitkomen staat onze chauffeur al te wachten en brengt ons verder naar Choeung Ek. Dit is het uitroeingskamp waar 129 massagraven zijn gevonden. De gevangen werden daar naar toe getransporteerd, en zittend op de rand van een massagraf werden ze letterlijk dood geslagen. Dit werd gedaan om kogels te besparen. De kinderen werden van hun moeders afgepakt en tegen een boom doodgeslagen of als schietschijf gebruikt. Een man heeft dit alles geschilderd. Het is niet voor te stellen. Deze schilderijen zijn in het S21 museum te zien. Er staat een grote glazen stupa die gebouwd is in 1988 ter nagedachtenis aan het Pol Pot regime van 1975 tot 1979. Binnen in de stupa liggen veel schedels en onderin ligt kleding. Het is allemaal een beetje onwerkelijk. Als we doorlopen zien we dat we over beenderen en kleding lopen die in de grond liggen. We lopen dus letterlijk over de graven met meerdere grote kuilen waar dus veel mensen in begraven liggen. Het is allemaal erg confronterend. Na deze ervaring gaan we weer verder.

cambodja cambodja cambodja

We hebben gelezen over een stichting die zich inzet voor de kinderen die werken en leven op de vuilnisbelt van Steung Meanchey in Phnom Penh. Onze tuk-tuk chauffeur zegt dat hij weet wat we bedoelen en brengt ons naar een organisatie die kinderen opvangt. Maar dit is niet wat wij bedoelen. Dit is er allemaal erg toeristisch en commercieel. We worden meteen een winkel ingestuurd. Omdat dit niet de bedoeling is lopen we weg. We worden aangesproken door een dame die vraagt of we iets zoeken. Na uitleg zegt ze dat we dan op eigen gelegenheid naar de vuilnisbelt kunnen gaan. Ze verteld tegen onze chauffeur wat onze bedoeling is en hij brengt ons uiteindelijk naar de vuilnisbelt. De chauffeur zet ons iets voor Steung Meanchey af omdat hij misselijk wordt van de stank. Uitleg is niet nodig. Hij kijkt ons aan of we wel goed bij ons hoofd zijn. Het stinkt er naar verbrand plastic en er hangt een hele zware en dikke walm. We hebben wel eens documentaires gezien over deze kinderen, maar als je er tussen staat is het echt heel anders. We worden gedropt en lopen langzaam naar het midden van de waar wel honderden mensen lopen en met name veel kinderen. We zien mensen met grote zakken op hun rug. De mensen pikken met een ijzeren haak de rommel tussen de vuilnis uit. Dit verzamelen ze in de grote zak op de rug. Als de zak vol is wordt hij verkocht. Het is een bizar gezicht. Hele families die vuil sorteren. De kleine kinderen lopen te zeulen met een veel te grote zak. De hele kleintjes lopen schaars gekleed en zonder schoenen over de rommel. De mensen vinden het niet vreemd dat je staat te kijken en je staat je te verbazen. Je schiet compleet vol als je deze ellende ziet. De mensen lachen en sommige zitten bij elkaar en hebben echt plezier. We krijgen een brok in onze keel. Daar staan we dan met een fotocamera die meer kost dan een aantal jaar inkomens van al deze mensen. Wat wij in Nederland zonder blikken of blozen weggooien, omdat we het niet meer mooi vinden, iets nieuws willen hebben of niet meer passen daar zou je deze mensen helemaal gelukkig mee maken. Wat ze hier wel hebben is aandacht en liefde voor elkaar. Iedereen kent elkaar, terwijl je bij ons je eigen buren niet eens kent en geen tijd of zin hebt om met mensen te praten of ze te helpen. Het is allemaal erg dubbel. Ik denk dat deze mensen ondanks dit werk toch heel gelukkig zijn. Na een kwartier zien we onze chauffeur staan, met een grote doek voor zijn mond en een zeer verbaasde blik van "wat willen jullie nu". Er komt een nieuwe vuilniswagen aangereden en je ziet de mensen met gevaar voor eigen leven zo dicht mogelijk tegen de vuilnisauto aan kruipen om te zorgen, dat als hij gaat lossen ze als eerste de spullen eruit kunnen pikken. Het is erg bizar allemaal en dan te bedenken dat deze mensen hier ook op wonen, in tenten gemaakt van plastic zakken, zonder stromend water of sanitair. Enkele mensen zijn bezig om op een houtvuurtje iets te koken. De mensen verdienen met hun werk ongeveer 1 a 2 dollar per dag. Ze werken van zonsopgang tot zonsondergang. Het is onbeschrijflijk.

cambodja cambodja cambodja

Na enige tijd lopen we dan toch maar terug naar onze tuk-tuk. We vragen aan onze chauffeur of hij dit wel eens vaker heeft gezien. Hij zegt dat hij het niet wil zien. We rijden met een vreemd gevoel terug naar het hotel en strijken neer op het terras. Omdat we na het ontbijt nog niets gegeten hebben en het bijna 16.00 uur is nemen we iets kleins te eten en praten nog wat na over deze ervaring. Na het eten lopen we richting een tempel de Wat Phnom. Deze tempel is op een heuvel gebouwd, met daarom heen een gezellig park waar een ontspannen sfeer hangt. We komen langs een markt. Deze scheelt niet veel van de andere markten in Azië waar vlees, vis en groenten verkocht worden. Alles ligt in de zon, vliegen voelen zich thuis en vissen liggen dood te gaan in bakken zonder water. Bij de tempel is het echt relaxed. Er spelen kinderen in het park en de ouders zitten op het gras. Ook lopen er wat apen, altijd leuk. Omdat we toeristen zijn moeten we 1 dollar betalen om naar de tempel in te mogen. De tempel zelf is niet echt bijzonder maar er hangt een relaxte sfeer. Het begint donker te worden en Berry wil nog even bij het ¨Lake¨ kijken. We lopen langs het oude en verlaten treinstation. Sinds een korte tijd rijden er geen treinen meer, omdat er geen mensen mee willen en kunnen reizen. Omdat we enigszins verkeerd zijn gelopen halen we het ¨Lake¨ niet meer. Het wordt snel donker en er rijden veel auto's en tuk-tuks zonder licht. We moeten echt oppassen want ze zien ons ook niet en rijden dan ook vlak langs ons heen. Wat ons opvalt zijn de enorme dure en grote SUV´s die hier rijden. Later horen we dat daar veel regeringsmensen in rijden. De straat is bijna niet verlicht en we besluiten dan ook om een tuk-tuk naar het hotel terug te nemen. De chauffeur rijdt nogal veel tegen het verkeer in en zijn dan ook blij dat we heelhuids bij het hotel aankomen.
Even lekker opfrissen en daarna gaan we eten bij Frizz. Hierover hebben we gelezen dat ze een erg lekkere amok hebben en deze wilt Berry erg graag proeven. Het restaurant wordt gerund door een Nederlander, welke jongens van de straat heeft gehaald en een opleiding heeft gegeven om te werken in de horeca. De jongens zijn erg attent en spreken goed engels. De eigenaar heeft deze tent opgezet uit puur idealisme. Het eten is heerlijk met voornamelijk echt Kmer food. Er loopt hier een heel jong katje rond waar de eigenaar erg gek mee is. Het beestje wordt door iedereen aangehaald. Komt deze kat misschien toch nog goed terecht? Het eten is niet duur en erg goed. We nemen nog een cappuccino en een kop thee op ons eigen terras en duiken dan het bed in. Het was een enerverende dag met veel indrukken.


Van Phnom Penh naar Siem Reap.

Vrijdag 30 november. We staan om kwart voor zes op. Met onze rugzakken gepakt gaan naar de receptie. We kunnen ontbijten vanaf half zeven. De meiden vanhet hotel zijn er ook al weer. Ze werken van vroeg in de ochtend tot laat in de avond. Aan de overkant van de straat is een wasgelegenheid waar mensen die op straat leven, zich kunnen wassen. Het is er erg druk. Mensen moeten betalen om gebruikt te maken van de sanitaire voorziening, maar kunnen zich dan in ieder geval lekker wassen. We worden opgehaald met een klein busje die ons vervolgens naar het grote busstation brengt. Het is een bus met vaste plaatsen, airco (erg koud) en toilet. Voordat we vertrekken wordt er flink gespoten met luchtverfrisser, waarschijnlijk om het ochtendzweet te verdringen. We krijgen koekjes en water uitgedeeld en daarna vertrekt de bus. Het landschap gaat langzaam over van stad naar platteland. De meeste huizen staan op palen van 3 tot 4 meter hoog. Dit is erg slim zo heb je schaduw onder de woning en geen wateroverlast in het natte seizoen. De meeste huizen staan langs de grote weg met voor het huis een waterpoel waar de buffels heerlijk in kunnen liggen woelen. De mensen zijn aan het werk met hun buffels om het land te ploegen. We rijden anderhalf uur en het is best fris in de bus. De airco staat op levensgevaarlijk en alle toeristen hebben jacks aangetrokken terwijl de bevolking shirts zonder mouwen dragen. In de bus worden films gedraaid en karaoke nummers afgespeeld. We genieten van het landschap. Onderweg maken we een sanitaire stop in Kampong Thom. Bij een van de stalletjes liggen geroosterde vogelspinnen. Een meisje uit de bus vindt ze heerlijk, ik moet er van griezelen. We rijden weer verder en je ziet dat de huizen welke eerst van steen waren, langzaam overgaan in hout en veel minder luxe zijn. Om 13.00 uur komen we al aan op het station van Siem Reap.

cambodja cambodja cambodja

We worden opgewacht door tuk-tuk rijders die ons met alle plezier naar een hotel willen brengen, maar het liefst naar een hotel van hun keuze. Daar krijgen ze een goede fooi voor. Het is een gekkenhuis. We kijken rustig de kat uit de boom. Ondertussen wachten we op de rugzakken die lekker stoffig onder uit de bus komen en nemen een tuk-tuk naar de Red Piano. We hebben gehoord dat dit hotel erg in trek is. Helaas hebben ze maar voor één nacht een kamer en laten we ons ompraten door de tuk-tuk rijder om naar een ander hotel te gaan. We komen uit bij Hotel Tanei. Mooi hotel, maar helaas ligt het een beetje buiten het levendige centrum. Berry heeft zijn zinnen gezet op Bophar Angkor omdat hij 50 jaar wordt en die bijzondere gebeurtenis wil vieren in een mooi hotel. We nemen Hotel Tanei voor één nacht. We lopen later Siem Reap in om te gaan kijken bij Hotel Bophar Angkor. Dat ziet er geweldig uit. Het is wel wat duurder, maar er zit ontbijt bij in en het is wel heel erg mooi. We hebben onze zinnen gezet op kamer 602, aan het zwembad. Helaas is deze de eerste nacht bezet en is er alleen een iets duurdere kamer beschikbaar. We besluiten om ervoor te gaan en we mogen morgen de koffers brengen voordat we naar de tempels gaan. Prima geregeld. We hebben morgen om 09.00 uur afgesproken met de chauffeur. Hij gaat met ons de grote route rijden. We hebben niet geïnformeerd of In Hotel Tanei het ontbijt inbegrepen is. We kopen wat fruit en koekjes op de markt om als ontbijt morgenvroeg op ons balkon lekker op te eten. We drinken wat bij Ivy’s, maar hier hangt totaal geen sfeer en zijn dus snel weer weg. De barkeeper is erg chagrijnig. Jammer. We lopen dan terug naar Hotel Tanei, mede omdat het donker wordt en de muggen honger krijgen.

Na een heerlijke douche lopen we er uit om wat te eten. Het is ongeveer tien minuten lopen naar het centrum. Het is druk in de “stad” en het is er erg toeristisch. De gezellige straat waar allemaal restaurants aan zitten, is afgesloten voor het verkeer. Aan de andere kant van deze straat is een steeg wat nog veel gezelliger lijkt, ook met restaurantjes. De meeste uitbaters zijn echter buitenlanders. We nemen iets te eten bij een lokale tent, gewoon buiten aan een eenvoudige tafel waarachter een dame druk met een grote wok staat te zwaaien. Er zitten meer buitenlanders dus we durven het wel aan. Het eten is verrukkelijk, en dat voor nog geen dollar. Ze hebben vijf tafels en de dame achter de wok kan het goed bijhouden. Er komen hier ook veel lokale mensen, welke volgens ons nog minder betalen. Voor hun is dat al een vermogen. We zitten vlakbij de gaspit en zien dat de wok elke keer wordt schoongemaakt met een heel vies doekje. Gelukkig wordt de pan daarna heel goed verhit, dus de bacteriën gaan wel dood. De ingrediënten liggen in de openlucht en zijn al voorgesneden. Ook de rijst en noodles zijn voorgekookt, dit werkt erg snel. Onder de tafel is iemand druk de afwas aan het doen. Er hangt een gezellige sfeer totdat er een travestiet aan ons tafeltje komt zitten. De mensen om ons heen voelen zich opgelaten en verlaten de tafel. De dame achter de wok kent “haar” en geeft haar wat te eten. “Ze“ speelt hier echt de publieke dame. Ze wordt opgehaald door een andere “dame”. Samen gaan ze de mannelijke toeristen versieren die met genoeg drank op het verschil niet zien. We blijven nog even zitten en observeren de beide dames. Dan wordt het rustig. De mensen gaan vroeg naar bed, mede omdat de vroege ochtend het mooiste is met de opkomende zon. Op de kamer drinken we nog een bakkie en kijken we nog even tv.

cambodja cambodja cambodja

Angor Wat.

Zaterdag 1 december. We staan om zeven uur op en nemen toch maar beneden een ontbijt. Tegen kwart voor negen komt de broer van onze tuk-tuk rijder ons halen voor de grote route langs de tempels. Eerst even onze tassen afgeven bij Bophar Angkor en dan op naar de tempels. We willen de route in omgekeerde richting rijden dus eerst naar Prasat Banteay Samrae welke drie sterren heeft in ons boek. Het is een eind rijden. We rijden door een woongebied waar veel mensen langs de weg hun geld verdienen met een eigen handel. Ook zijn er mensen aan het werk bij hun woning en spelen kinderen op het erf. Het ziet er allemaal erg verzorgd en netjes uit. Prasat Banteay Samrae is de eerste tempel die we bezoeken en het maakt meteen veel indruk. Het zou een miniatuur van Angkor Wat kunnen zijn. Het is heerlijk rustig, maar als we de tempel verlaten wordt er een bus met toeristen uitgeladen en is de mysterieuze rust verdwenen. Terug naar onze tuk-tuk. We rijden verder naar Eastern Mebon. Dit is een Hindu tempel die vroeger midden in een grote vijver lag. Deze tempel heeft aan iedere kant een toren. We rijden weer verder naar Prasat Preah Neak Pean. We lopen over een lang pad naar de boeddhistische tempel. Ook hier hangt weer een serene rust. Het is een grote vijver omringd met trappen waar vroeger de monniken opzaten. In het midden ligt een tempel op een eilandje. Rondom liggen vier vierkante waterbekkens. We lopen er rustig omheen. Het is weer een bijzondere tempel. Het is nu kwart voor twee en het begint aardig warm te worden. Omdat we nu een zwembad bij het hotel hebben begint dit toch te lonken en besluiten we om nog één tempel te bekijken vandaag en dan een heerlijke duik in ons zwembad. Het wordt de Prasat Preah Khan. Het is een groot complex wat vroeger een hele stad geweest is ,(50 ha) omringd door slotgrachten. Ook hier hebben de bomen zich in de tempels verdrongen en is dat nog goed te zien. We lopen over een laan over de slotgracht. Helaas hebben hier ook veel plunderingen plaatsgevonden. We zien veel beelden zonder hoofd. Halverwege de tempel zit een oude oma die ons meeneemt via vele kleine gangetjes naar de “Queen”. “Queen” is een afbeelding van Shiva. Oma heeft er een heilige plaats van gemaakt. Ze verzorgt het netjes. Het ziet er naar uit dat oma hier ook woont. De tempel is erg mysterieus en er hangt een vreemde /spannende sfeer. Het is de mooiste tot nu toe. We lopen ook om de tempel heen en maken veel mooie foto ’s. De grote kapokbomen met hun wortels lijken de tempels op hun plaats te houden. Vooral de sfeer en de mooie bas-reliëfs maken de tempel heel bijzonder.

We rijden in onze tuk-tuk terug naar ons hotel en zien onderweg dat het bij de andere tempels allemaal erg druk is. Vooral bij Angkor Wat staan vele bussen. Als je daar nu tussen loopt mis je de sfeer en daar gaat het toch eigenlijk om. We zijn blij met de beslissing om lekker te gaan zwemmen. We komen tegen vier uur aan in het dorp en willen snel iets eten bij het straattentje van gisteravond hebben gegeten. Helaas zijn ze nog niet aanwezig. Dan maar naar een Kmer restaurant in het gezellige steegje. Als we na het eten op het punt staan om vertrekken worden we aangesproken door een ander Nederlands stel dat vandaag is aangekomen in Siem Reap. Ze willen van alles weten over de tempels en het aantal dagen wat ze nodig denken te hebben voor hun bezoek. Wij adviseren ze om een drie dagen kaart te nemen. We lopen terug naar het hotel en nemen een duik in het zwembad. Het water is wel koud en zout. De zon zakt langzaam weg en het wordt fris. Gelukkig hebben we een lekkere warme douche. Hierna nog even de stad in op zoek naar een paar huurfietsen voor de komende dagen. We worden naar diverse winkels gestuurd, maar echte goede fietsen hebben ze niet. We komen uiteindelijk bij iemand die mountainbikes verhuurd. We proberen ze, maar er mankeert van alles aan en we besluiten dan maar om hele eenvoudige fietsen met een mandje te huren. Dit is achteraf ook wel handig om de tas in te zetten (wel vastmaken). We nemen de fietsen voor drie dagen voor totaal acht dollar. We fietsen heerlijk terug richting centrum. Dan voel je je pas echt thuis in de stad. We besluiten om eens pizza te gaan eten. Het eten is goed van smaak maar we besluiten om dit niet meer te doen we zijn ten slotte in Cambodja. Dus morgen weer heerlijk Kmer food. We fietsen tegen half elf zonder licht, dus net zoals de bewoners terug naar ons hotel. We stallen de fietsen netjes bij ons hotel en zetten ze op slot. Het slot stelt niet echt veel voor, dus maar hopen dat ze er morgen nog staan.

cambodja cambodja cambodja

Angkor Wat.

Zondag 2 december. Om 07.00 uur worden we wakken en na een lekkere douche, ontbijten. We hbben keus uit vier verschillende stijlen van het ontbijt. Het personeel is uitermate vriendelijk en buigt de hele tijd. We voelen ons wel een beetje vreemd, maar ja. We gaan wisselen van kamer en kunnen zolang de tassen in de lobby zetten totdat de nieuwe kamer klaar is. De tassen worden naar de nieuwe kamer gebracht. Wat een luxe. We krijgen een kamer op twee meter afstand van het zwembad, met een ruim zitje met luxe stoelen. Als alles geregeld is pakken we onze fietsen “die er gelukkig nog staan” en fietsen op ons gemak naar de tempels. Het is vandaag veel warmer dan gisteren en dus fietsen we rustig. Het is acht kilometer met de laatste kilometers tussen bomen. Super. Eerst moeten we Siem Reap uit, het is erg druk vandaag. Je moet wel echt brutaal zijn met het oversteken anders wordt het niets. We fietsen richting Angkor Wat en zien dat het erg druk is op de weg. Er wordt namelijk een marathon gehouden en finish ligt pal voor Angkor Wat. Toch besluiten we om eerst Angkor Wat te bezoeken. Het is een groot en mooi complex, maar ademt niet de sfeer uit als de tempels die we gisteren hebben bezocht. Waarschijnlijk komt dit omdat je vaak alleen deze tempel in het nieuws ziet. Ook zie je vaak foto’s van deze tempel. De stenen trappen zijn aangepast, zodat alle toeristen gemakkelijk de tempel in kunnen. Er is gelukkig nog net geen lift aangebracht. Het is vroeg, maar nu al erg warm en we zoeken een plaatsje in de schaduw zodat we even rustig het verhaal achter deze tempel kunnen lezen en genieten van het uitzicht op de tempel. Nadat we er door heen zijn gelopen doen we ons tegoed aan een heerlijke verse ananas. Er zitten dames langs de kant van de weg die de ananas voor je schillen je hoeft alleen maar lekker te eten. Verder komen bij de zuidelijke poort van Angkor Thom. Een waanzinnige mooie poort van drieëntwintig meter hoog met op de toren vier gezichten die richting oost, west, noord en zuid kijken. Voor de poort rijden we over een slotgracht waar vierenvijftig beelden staan die de heilige “naga” ondersteunen. Deze beelden zie je bijna bij alle ingangen van de tempels. Het wordt nu echt warm en we fietsen door naar het Bayon. We nemen eerst iets te eten en te drinken op het terras onder de bomen met uitzicht op het Bayon. Er lopen veel kinderen rond die van alles willen verkopen. We delen ballonnen en zeepjes uit aan de kinderen en ook één van de moeders wil graag zeep. Gelukkig hebben we genoeg bij ons. Na het eten steken we de weg over naar het Bayon. Hier zijn ze nog druk bezig met de restauratie. De grote stenen zijn allemaal genummerd en liggen gesorteerd bij elkaar. Hoe ze dit vroeger gebouwd hebben is echt onvoorstelbaar. De stenen zijn waanzinnig zwaar. Men had toen alleen mankracht en geen machines. De tempel bestaat uit drie niveaus met een totale hoogte van wel veertig meter. De torens met wel 200 gezichten zijn angstaanjagend en heel mysterieus. We staan midden in de tempel en hebben het gevoel van alle kanten bekeken te worden. Het is een tempel met mooie bas-reliëfs. Men noemt deze tempel ook wel “magische berg”.

Het is inmiddels half vier en we besluiten om terug te fietsen naar ons hotel. Hoe later in de middag hoe drukker het wordt. We denken dat dit voornamelijk komt door de mensen die de zonsondergang willen fotograferen. Het is bewolkt en we denken dat de ondergang niet zo mooi zal zijn. De weg terug lijkt veel langer, maar dit heeft natuurlijk alles te maken met de warmte. We denken aan ons zwembad en fietsen rustig door. We stoppen onderweg alleen nog even bij een supermark voor iets te drinken en een grote zak chips. Na een duik in het zwembad voel je de warmte uit je lichaam trekken. Op ons terras druipen we nog wat uit. We komen aan de praat met Thomas en Anna. Ze hebben elkaar vijf weken geleden ontmoet en hebben toen besloten om samen verder te reizen. Het stel is enorm verliefd geworden. Thomas uit Nederland en Anna uit New Zeeland. Helaas moeten ze nu afscheid van elkaar nemen en daar zien ze erg tegen op. We kletsen nog wat en nemen nog een duik. Helaas beginnen de muggen weer vervelend te worden. We nemen een warme douche en genieten nog wat na, op ons terras. Het is een heerlijke zwoele avond en lopen eruit om te gaan eten. We gaan naar een Kmer restaurant wat aanbevolen wordt in de Lonely Planet. Ik neem lekkere noodles soep en Berry een lemon vissoep (specialiteit). De soep is erg overdadig gekruid. Veel sereh, gember en purut. Niet echt een succes. Dan nog maar portie frieten. Ook lekker. Dit alles met een grote pot thee en een grote fles Angkor bier. Nog wat natafelen en dan terug naar ons hotel.

cambodja cambodja cambodja

Berry 50 jaar en Angkor Wat

Maandag 3 december. Om 05.00 uur word ik wakker. Berry is vandaag jarig en ziet "Abraham". Tijd voor Aktie. Ik heb een opblaas “50” gekocht die ik snel wil opblazen en op het toilet wil hangen. Zodat Berry hem zal zien als hij vannacht ook naar het toilet gaat. Als ik klaar ben duik ik snel het bed weer in. Tegen 07.00 uur wordt Berry wakker en loopt naar het toilet. In de tussentijd hang ik snel een Abrahamslingers” op in onze klamboe. Op het toilet hoor ik Berry heel hard lachen. Deel één is dus gelukt. Als hij terug komt tracht ik te zingen, hij is verbaasd dat er nu ineens slingers hangen in klamboe. We gaan lekker op ons terras bij het zwembad zitten. Heerlijk genieten van de zon die tussen de palmen door over het zwembad schijnt. Daarna een lekkere douche. We hebben wat problemen met de kluis. Deze gaat niet meer open en moet ontlocked worden. Na een lekker ontbijt, op het terras bij het restaurant, fietsen we weer naar de tempels. We fietsen nu via de andere zijde Angkor binnen. We komen als eerste bij Banteay Kdei. Deze platte tempel werd pas in 1920 blootgelegd. Bij de ingang pronken de vier gezichten van Bodhisattva (later Boeddha). Wat een rust in deze tempel.

Daarna door naar de tempel, waar we een hoge verwachting van hebben, de Ta Phrom. In deze tempel is de film Tomb Raider opgenomen en de tempel is nog steeds overwoekerd door de wortels van bomen. Bij de ingang is het erg druk. Er komen allemaal kinderen op ons af die allemaal wat willen verkopen. Er staan overal kraampjes op een "plein", waar je van alles kunt kopen en eten. We nemen wat te drinken en er worden stoelen voor ons geregeld. We bekijken rustig wat zich allemaal afspeelt voor ons terras. Er heerst een hele bedrijvigheid voor de ingang. Na een lekkere koude cola lopen via een lange laan naar de tempel toe. Voor de tempel zitten mensen muziek te spelen, ze zijn allemaal slachtoffer geworden van de vele landmijnen die hier nog in de grond liggen, sinds de oorlog. Ze spelen mooie muziek op zelf gemaakte instrumenten en het klinkt goed. Er liggen zelfs cd’s. Verder zien we de grote kapokbomen al boven de tempel uitsteken. Ze staan ook midden in de tempels. Waanzinnig. Ze zijn het complex aan het restaureren ivm instorten en dat zou enorm zonde zijn. De wortels van de bomen wringen zich tussen de stenen door. Hier heeft de natuur duidelijk gewonnen. De met mos begroeide beelden en de steenkleurige wortels, het is allemaal prachtig. De tempel ademt magie en romantiek uit. Je kunt je hier een aardige voorstelling maken hoe het er vroeger uitgezien moet hebben. Dikke wortels liggen als reusachtige slangen tussen de stenen. Takken steken uit ramen en deuren. De meest bekende foto is dan ook de foto van een enorme boom die de tempel in zijn wurggreep houdt. Waanzinnig. Berry wil dan ook bij die boom op de foto met zijn “Abraham ballon”. We kijken onze ogen uit en maken mooie foto’s. Het is niet te beschrijven hoe mooi dit allemaal is. Tegen 15.00 uur lopen we terug. We nemen bij de ingang een heerlijke verse ananas en een iets minder lekkere mango en pakken onze fietsen. Een moderne attractie in Angkor is een enorme luchtballon/zeplin aan een kabel, waaruit je mooi zicht hebt over Angkor Wat. Jammer is dat het alleen tot Angkor Wat beperkt blijft en we besluiten dan ook om niet omhoog te gaan. Ook hebben we niet genoeg cash geld bij ons. Het kost vijftien dollar per persoon.

We fietsen terug naar Angkor Wat en als de zon dreigt onder te gaan wordt het weer erg druk. Het zonlicht wordt ook steeds mooier. We fietsen rustig terug naar ons hotel. Met een drankje nemen plaats op ons terras bij het zwembad. Het wordt donker en daar komen de muggen weer. Na een douche kijken we wat we morgen kunnen gaan doen en besluiten om op de fiets richting “Tonle Sap” te gaan. Berry is vandaag jarig en wilt graag eten in ons hotel. Als het donker is ziet ons hotel er sprookjesachtig uit. De tuinen zijn mooi aangelegd en prachtig verlicht met kaarsen. Wat wil je nog meer. We zoeken een plekje uit in het restaurant. We gaan voor het grote menu. Het eten is heerlijk. De bediening doet er alles aan om het ons naar de zin te maken. Je wordt maar één keer 50 jaar. Het menu wat Berry heeft uitgezocht is “vis in palmsuiker”, “kip amok”, “groenten met cashewnoten”, en een “rundvlees curry”. Vooraf enkele verse loempia’s en als toetjes diverse zoetigheden uit de Cambodjaanse keuken. Verder natuurlijk een fles wijn en een koffie met likeur na. Ik heb kip met ananas. Heerlijk. Voldaan van alles lopen we terug naar onze kamer, onderweg komen we op het idee om nog een dag langer te blijven in dit mooie hotel maar helaas is alles volgeboekt. Zo wilt hij elk jaar zijn verjaardag wel vieren, het was onvergetelijk.


Een dagje fietsen op het platte land.

Dinsdag 4 december. 07.45 uur sta ik op om op het terras het dagboek bij te gaan werken. Het is prachtig weer en zeker met de gedachten dat het in Nederland stormt. Berry komt er later bij zitten en heeft een kopje thee gezet. Ontspannen genieten op ons terras. Na het ontbijt, met nog een beetje zadelpijn van gisteren, stappen we op de fiets richting “Tonle Sap”. Het is druk op straat, maar zodra we een bruggetje overgaan en op een zandweg terecht komen, zijn er geen toeristen meer. Hier begint het echte leven van de Cambodjanen die werken op het land en de kinderen die naar school gaan. De mensen zwaaien allemaal en zijn bijzonder uitgelaten. We stoppen bij een schuur waar weefgetouwen in staan en kijken naar binnen. Daar liggen twee meiden van ongeveer een jaar zestien op de grond te slapen. Een oudere vrouw zit achter een naaimachine. Ze hoort niet dat we gedag zeggen en als ik dit een tweede maal doen, schrikken ze allemaal op en beginnen te lachen vouwen hun handen voor hun gezicht, buigen en staan op. We mogen binnen kijken en ze beginnen meteen met weven. De meisjes zijn erg schuw en ontzettend beleefd. Ze vinden het geweldig om op de foto te gaan en gaan er eens goed voor zitten. Nadat we zeepjes hebben gegeven, bedanken ze ons en buigen vele malen. Waarschijnlijk komen hier niet heel veel toeristen. Het zandweggetje tussen de “huizen” en “winkeltjes” is hobbelig met enorme kuilen. Ik kan me voorstellen hoe modderig het hier is tijdens het regenseizoen. De kinderen die uit de scholen komen roepen ons van ver toe en vinden het leuk om te zwaaien en in het Engels “hello” te zeggen.

Het is weer erg warm en de zon is fel. We fietsen door en komen uiteindelijk midden tussen de rijstvelden terecht. Schitterend. Er hangt hier een serene rust. Geweldig. Mensen zijn aan het werk op het land of gaan samen met hun veestapel op weg naar het land. Het pad loopt dood en, op aanraden van een jongen die we toevallig tegenkomen, gaan we terug. We zagen al eerder een bakker waar je bruin brood kunt kopen en besluiten om daar maar eens langs te fietsen. We picknicken aan de rand van het zwembad. Voor ons terras hebben zich een paar Duitsers genesteld die bijna bij ons op schoot komen zitten. Ze hebben een ijsemmer met een fles witte wijn en liggen echt te bakken in de zon. Ze draaien met de zon mee en komen zo echt bijna bij ons op schoot zitten. Zijn ze wel lekker bruin als ze weer "zu hause" komen maar wellicht geen tempel gezien. Ze zijn erg verbaasd over onze picknick. Na deze heerlijk bruine boterham boeken we de boottocht voor morgen naar Battambang. De boot vertrekt om half acht. Men zegt dat het ongeveer drie uur varen is naar Battambang. We hebben vooraf op internet gelezen dat het veel langer is. We genieten nog wat na op ons terras en gaan dan de stad in om wat boodschappen te doen voor op de boot. We eten bij een Kmer familie. Daar zit ook “Jim” te eten. Jim komt uit Texas en is alleen op vakantie en gaat morgen ook naar Battambang. Het wordt een gezellige avond en als we terug komen in het hotel, pakken we onze tassen en gaan slapen. Bophar Angkor is een geweldig hotel!

cambodja cambodja cambodja

Met de boot naar Battambang.

Woensdag 5 december. 05.00 uur op, ontbijtje en wachten op het busje welke ons komt ophalen om ons naar de boot te brengen. Als het busje komt aanrijden zit het al bijna vol en we denken dat wij de laatste zijn die opgehaald worden. We stoppen toch nog drie keer onderweg om mensen op te pikken. Gelukkig is iedereen welgezind en als haringen in een ton gaan we op weg naar de boot. Gelukkig is het maar een kwartiertje rijden en zijn we blij dat we er weer uit mogen. De mensen die aan het meer wonen, leven erg arm. De “huizen” zijn niet meer dan een kartonnen omhulsels met een “houten“ onderplaat. De mensen dumpen daadwerkelijk alles in het water. Het ziet er allemaal erg vervuild uit. Maar ook hier zijn de mensen erg vriendelijk en de kinderen zwaaien ons toe. Onze boot ligt al klaar en omdat het nogal fris is gaan we benedendeks zitten. De meeste mensen op de boot denken dat ze binnen drie uur in Battambang zijn. Dat worden er uiteindelijk toch zeven. Tegen de middag wordt het erg warm en is het boven op het dek niet uit te houden en we blijven dus gewoon lekker beneden zitten. De boottocht is prachtig. De mensen leven van de visserij en de kinderen spelen in en aan het water. Ze roepen ons telkens toe. Je voelt je soms net de koningin die langs komt en de gehele tijd moet zwaaien. We beginnen langzaam toch wel een houten kont te krijgen. We kunnen niet staan in de boot omdat deze niet zo hoog is en de kussens zijn eigenlijk wel doorgezeten. Wat zijn we toch verwend. Tegen twaalf uur stopt de boot en denken we dat we er zijn. Dit blijkt een tussenstop te zijn om iets te eten en gebruik te maken van het “toilet”. Het toilet is een houten hutje gemaakt van wat planken en een gat boven het water waar je alles kunt laten vallen. Het is primitief, maar het stinkt niet. We hebben nog brood van gisteren en picknicken lekker aan boord. Dit wordt ook gedaan door een monnik die bij een tussenstop aan boord is gekomen. Hij heeft een warme maaltijd in een speciale pan bij zich waarmee ze in de ochtend bij mensen langs gaan om hun eten te verzamelen. De boot is niet vol en we hebben genoeg ruimte. Tegen 15.00 uur legt de boot eindelijk aan in Battambang.

Als we via een trap naar boven lopen, staan er allemaal tuk-tuk rijders die hun diensten aanbieden. We willen naar het Royal hotel en voor één dollar worden we daar afgezet. Er zijn nog kamers vrij. We worden door een vrouw meegenomen die eerst de suites op de bovenste verdieping laat zien en daarna de goedkopere kamers. We vinden de suites toch wel erg mooi. Het is een mooie ruime kamer met warm water, balkon en airco. Na een warme douche en een kop thee op de kamer lopen we de “stad” in. Het is compleet anders dan Siem Reap. Geen luxe terrassen, maar veel winkeltjes en het is er allemaal nogal rommelig. We hebben in de Lonely Planet gelezen dat de “White Rose” wel een goed restaurant moet zijn om te eten. We zoeken het op en gaan er op het terras zitten. De menukaart, die zoals we al gelezen hadden, is inderdaad erg uitgebreid. We bestellen loempia’s, ananas met beef, vis amok, twee bier en een fles water. Het eten is heerlijk. Het is hier allemaal nog goedkoper. Ik dacht haast niet dat het zou kunnen, maar toch. Omdat de porties erg groot zijn (en ook bij onze vriendelijk Duitse buurman, die psycholoog blijkt te zijn en erg goed Engels spreekt) blijft genoeg eten over. Onze verbazing slaat toe. De kinderen op straat komen aan onze tafeltjes vragen of ze de restjes mogen hebben. Ze hebben plastic zakjes bij zich die ze snel vullen met de etenswaren die over zijn. Ook zijn er kinderen die het snel onder onze tafel opeten. We voelen ons erg opgelaten, ontzettend ongemakkelijk en verwend. We horen later dat deze kinderen een verslaving hebben, ze snuiven lijm en leven op straat. De ouders doen niets meer voor de kinderen. Dit maakt alles nog triester. Met ons drieën bestellen we nog twee broden en geven ze aan de kinderen, ze hollen er mee weg. We praten er nog over na met onze Duitse buurman en lopen samen terug naar het hotel. De hele stad is verlaten en er is niets meer te doen. En dat terwijl het pas half negen is. Morgen zien we weer verder.


Op de brommer door het platteland.

Donderdag 6 december. Om 07.00 uur worden we wakker en buiten is er al heel wat bedrijvigheid. Even op het balkon met een lekker kopje thee zitten. We overleggen wat we vandaag willen gaan doen. Dit omdat er gisteren dus niets te beleven viel in Battambang zelf. In de omgeving kun je mooi fietsen, maar naar de tempels is al gauw 25 km rijden en dat lijkt ons toch wel wat ver. Misschien met de tuk-tuk. We willen ook naar de bamboetrein. Na een heerlijk ontbijt op het dakterras van het hotel vragen we aan de balie wat we het beste kunnen doen. De bamboetrein is niet bereikbaar met een tuk-tuk i.v.m. de slechte weg. Ze adviseren ons om een motodup te nemen, of te wel achter op de brommer. We spreken een prijs af voor de hele dag. Ik vind het doodeng, maar na wat gezemel van mijn kant, en de belofte van de chauffeur om rustig te rijden, gaan we op pad. Ik trek toch maar even voor het gevoel een lange broek en een T-shirt aan. We rijden eerst naar de tempel “Wat Ek Phnom”. Het is een oude tempel die gebouwd is in de elfde eeuw. Het is niet zo mooi als Angkor Wat, maar de rit er naar toe, des te meer. Voor de tempel staat een hele nieuwe boedistische tempel, die erg goed in de felle verf zit en pas gebouwd is in 2002. Er zit een grote witte Boeddha naast die uitkijkt over het dorp. We betalen $2 aan de toeristen politie voor de oude tempel en het kaartje geeft ook toegang aan een andere tempel waar we nog naar toe gaan. De oude tempel ziet eruit of hij elk moment kan instorten. Alle stenen liggen los en lijken niet in elkaar te passen. Er loopt een meisje van ongeveer twaalf jaar rond die ons wat extra uitleg geeft, waar ze achteraf natuurlijk geld voor wil hebben. We geven geen geld, maar hebben pennen, tandpasta en zeep bij ons, maar daar is ze toch niet blij mee. Ze wijst ons op een oude man die in de tempel woont. Hij zou honger hebben, maar we geven toch geen geld. Onze brommerjongens liggen heerlijk in een hangmat te slapen als we terugkomen. We rijden weer verder en het begint langzaam te wennen achter op een dergelijk dergelijk brommer. De jongens rijden rustig. Dit kan ook haast niet anders want we rijden bijna alleen maar over zandwegen met veel hobbels. Ineens stoppen we bij een huis met een open schuur. Er worden hier verse noodles gemaakt. Dit gebeurd door middel van een pasta die gemaakt wordt van vermalen rijst die vermengd word met water en dan door een pers gaat. De slierten vallen dan in een bak met warm water en worden dan gekookt. Daarna worden de slierten gewassen met koud water en klaargemaakt om verkocht te worden. Dagelijks worden er vele kilo’s gemaakt en verkocht. De noodles zijn alleen op de dag dat ze gemaakt worden te eten je kunt ze dus niet bewaren. Het is erg interessant om dit te zien. Deze mensen hebben er een goede boterham aan.

cambodja cambodja cambodja

Verder stoppen we bij een tempelcomplex. Tegenover de tempel wordt langs de weg zoete rijst met bonen, in bamboe, gemaakt. Dit is een lekkernij, dat veel verkocht wordt op bv. busstations. Men doet rijst, suiker en bonen in een stuk bamboe. Dit wordt boven een zwaar rokend vuurtje verhit totdat het gaar is. Dit duurt ongeveer twee uur. Daarna wordt de buitenkant van de bamboe wat afgesneden zodat er maar een dun laagje bamboe omheen zit. Het dunne laagje bamboe is er dan gemakkelijker af te halen, om de zoete rijst te eten. We proeven, de nu nog warme rijst, en het is erg lekker. De oude vrouw en haar dochter die dit doen hebben een eigen bedrijfje en verkopen er ongeveer driehonderd per dag. Dit is een goede business. Ze worden verkocht voordat ze van het vuur afkomen. Mensen stoppen speciaal om deze lekkernij te kopen. We zitten geruime tijd te kijken en zien hoe deze mensen leven. Ze wonen in een “huis” op palen dat met kartonnen dozen is opgebouwd. In het huis is een klein jongetje aan het spelen die heel nieuwsgierig door een uitsparing in het karton naar buiten kijkt. Zijn moeder helpt haar moeder. We hebben nog wat flesjes parfum bij ons. We geven ze aan de moeder die er zichtbaar blij mee is. Je voelt je echt opgelaten. Het is een gevoel wat moeilijk te omschrijven is. We rijden verder naar de “Wat Banan”. Een oude tempel op een heuvel die via een 300 treden tellende trap te bereikbaar is. Het is een hele klim, maar gelukkig is het niet zo heet. onderweg stoppen we wel een aantal keren om te genieten van het mooie uitzicht. Boven aan gekomen even lekker in de schaduw van de tempel zitten, om uit te zweten. De tempel is klein en het is meer een ruïne. Als we weer naar beneden lopen komen we : “Jim” uit Siem Reap tegen. We praten wat bij en gaan weer verder. We proberen onze brommerjongens te motiveren en uit hun hangmat te krijgen.

Na overleg rijden we naar de “Bamboetrein”. De weg er naar toe is erg stoffig met veel kuilen. Onze billen worden goed gemasseerd. Na ongeveer een kwartier stofhappen en hobbelen, komen we aan bij het station van de “Bamboetrein”. Er zijn nog meer toeristen en na vijf minuten komt de eerste “Bamboetrein” eraan. Het is een onderstel gemaakt van dunne bamboe met daaronder twee assen met wielen. De wielen komen van oude tanks uit de oorlog. Dit alles wordt aangedreven door een motor met een V-snaar. Ook Jim gaat met de “Bamboetrein” en betaald vijf dollar. Onze brommerjongens hebben het over acht dollar maar maken een deal voor drie dollar, dat is nog eens handelen. De brommers worden op het onderstel geladen en wij gaan er ook op, netjes op een matje. Het gevaarte gaat rijden. Het gaat best hard. De rails passen niet helemaal (lees helemaal niet) en daardoor maakt de trein een enorme herrie en worden we regelmatig opgeschrikt. Door de ongelijk liggende rails is de reis ver van comfortabel, maar een geweldige belevenis. We krijgen opnieuw een billenmassage. Het uitzicht op de rijstvelden is erg prachtig. Onderweg komen we een tegemoet komende “Bamboetrein” tegen. Het is een enkel spoor, dus de trein die het minst vervoerd moet van de baan af. De andere trein rijdt dan iets door en wordt daar weer opgebouwd zodat hij weer verder kan. Geweldig. Wij moeten van de baan af omdat onze tegemoet komende trein grote balen rijst vervoerd. Onze trein wordt van de baan getild en achter de andere trein weer opgebouwd. Wat een geweldig systeem is dit. Na ongeveer een kwartier rijden stoppen we in een voorstadje van Battambang. De “Bamboetrein” mag niet stoppen op het hoofdstation. Waarom is ons onduidelijk want er rijden alleen in het weekend enkele treinen. Nagenietend van deze trip stappen we weer achter op de brommers richting hotel. We betalen de jongens de afgesproken twintig dollar en geven een dikke fooi omdat we het meer dan de moeite waard vonden vandaag. De hele dag vervoer met chauffeur die je brengt waar je toe wilt, en je veilig weer terug brengen. Onderweg geven de jongens ook nog veel informatie die erg interessant is. We hebben ongeveer 70 km achterop doorgebracht en wel een drankje verdient. Er worden stoelen voor het hotel neergezet en heel langzaam druppelen de anderen gasten van het hotel ook binnen. De meeste zijn met de brommer of op de fiets weggeweest. Het is een gezellige sfeer die er hangt. We overleggen wat we morgen gaan doen en ook de Duitse jongen wil morgen weg en we besluiten om met de bus en daarna met de taxi naar Kampot te gaan. De bus gaat tot Phnom Penh en daarna met een taxi. Boven op de kamer zien we pas hoe we eruit zien. Onze haren zijn rood van het stof en de kleding is ook helemaal rood. Omdat ik maar één dunne lange broek bij me heb ben ik verplicht om hem te wassen. Gelukkig hebben we een fan op de kamer en is de broek dezelfde avond alweer droog. We eten weer bij the “White Rose”. Ditmaal nemen we een tafeltje iets verder van de straatkant om de toestanden van gisteren te vermijden, maar vandaag zijn er geen kinderen. We nemen rijst, beef, ananas en cashewnoten en wat te drinken. Als we tegen 21.00 uur terug lopen is Battambang weer uitgestorven.


Op naar Kep.

Vrijdag 7 december. 06.00 uur staan we op, ontbijten op het dakterras, pakken onze tassen in en betalen het hotel. Buiten wacht de bus. Van de eigenaar krijgen we als afscheidscadeau twee leuke sjaals. Erg leuk gebaar. Iedereen die het krijgt is ook zeer verbaasd. Er komt een klein busje voorrijden die ons uiteindelijk naar de grote bus zal brengen. We hebben met Gert (jongen uit Duitsland) afgesproken om samen een taxi te delen vanaf Phnom Penh naar Kampot. In het busje zit ook Tom (een jongen uit Londen) die ook naar het zuiden wil. In het busje besluiten we al pratend dat we niet naar Kampot maar naar Kep gaan. Dat was eigenlijk ook onze eerste keuze. Dat komt dus goed uit. Als we eenmaal Battambang verlaten hebben, wordt het landschap erg mooi. Overal rijstvelden waar mensen aan het werk zijn. In de bus draait een Cambodjaanse film, waarin vreemde dingen gebeuren. De Cambodjanen in de bus die de film aan het volgen zijn liggen over de banken van het lachen. Om half twee komen we aan in Phnom Penh. En regelen voor één dollar een tuk-tuk die ons vieren naar het taxistation wil brengen. Helaas zijn er geen taxi’s. We lopen verder en worden aangesproken door een man die wel een taxi kan regelen. Terwijl hij de taxi regelt nemen wij wat te drinken op een terras aan de centrale markt. De taxi komt om twee uur voorrijden en we stappen in en rijden weg richting Kep.
Het duurt best lang voordat we de drukke stad weer uit zijn. Buiten de stad neemt de natuur het weer over en wordt het weer erg mooi allemaal. De taxichauffeur is een pittige rijder laten we maar zeggen. Na twee en een half uur rijden stopt hij om te tanken. Er is een wegomlegging en we moeten een flink stuk omrijden over een enorme hobbelige zandweg. Het is wel een hele mooie route. Om kwart over vijf komen we aan in Kep. Het begint te schemeren en de chauffeur zorgt dat we afgezet worden bij een “Guesthouse”. “Veranda” is erg mooi, maar heeft nog maar 1 kamer beschikbaar. Tom neemt deze kamer. Wij gaan verder naar “Tout le Monde” tja het einde van de wereld. Het ligt erg mooi, maar de huisjes zijn wel wat verwaarloosd. Door de kieren kan s’nachts natuurlijk van alles binnenkomen en daar zitten we niet op te wachten.
We gaan door na “Vanna Bungalows” (dit adres hadden we thuis van internet geplukt) Ze hebben nog drie bungalows vrij. Ze zien er goed uit en we besluiten ze te nemen. Ook Gert onze Duitse vriend neemt een bungalow. Na een koude douche nemen we wat te eten in het restaurant van “Vanna”. Het ziet er gezellig uit en we hebben gehoord dat het eten er erg goed moet zijn. Ook Gert heeft honger gekregen en zit al aan de garnalen. Helaas voor Berry zijn de garnalen op. Dan maar aan de beef met verse peper. Ik heb een hele vis met zoet zure saus en groenten. Het eten is perfect. We blijven na het eten heerlijk zitten. Tom komt ook nog even langs. We kletsen en drinken de avond door. Gezellig. Tegen 23.15 uur terug naar de bungalows.

cambodja cambodja cambodja

Eerste dag Kep.

Zaterdag 8 december. Om 07.00 uur worden we wakker. Berry heeft slecht geslapen de airco stond weer veel te koud. Na een lekkere douche ontbijten we in het restaurant. Vanuit de kamer uit zien we nu de zee liggen. Gisteren zijn we in het donker aangekomen en zien nu eigenlijk pas hoe mooi het hier is. Het openlucht restaurant heeft een geweldige view. We bestellen een heerlijk ontbijt. We besluiten om vandaag in de buurt te blijven en te gaan wandelen. De bungalows van “Vanna” zijn tegen een helling gebouwd. Beneden is het strand. Het is ongeveer vijf minuten lopen. Langs de waterkant staan allemaal bamboe hutjes waar op dit vroege tijdstip al een hele drukte heerst. Het is de plaatselijke “crabmarket”. De mensen zijn druk bezig met het verhandelen en bakken van de crabs. Het ziet allemaal goed uit. Achter de eettentjes (in de branding) wordt de crab in bamboekorven verhandeld. Kep staat hierom bekend. Ze liggen in het water en worden eruit gehaald als er zich kopers aandienen. De verkoop dames lopen dan met kleding en al het water in en halen de korven uit het water. We lopen verder langs het water waar vissersboten hun netten aan het binnenhalen zijn.
Bij een strandje gaan we even lekker zitten, maar lopen snel weer terug want het is best warm en de zon doet goed zijn best. We komen weer langs de seafood-tentjes en willen wat drinken, maar bij het zien van de menukaart, besluiten we om ook maar om gelijk iets te eten. Ik ga voor de noodlessoep en Berry neemt gebakken rijst met hele grote verse garnalen. Behalve het eten is ook het uitzicht op de zee vanuit het eettentje geweldig. In het restaurant waar we zitten te eten komen ook veel rijke Cambodjanen. Ze doen erg neerbuigend tegen de bediening. Ook lopen ze zo de keuken in en kijken in de pannen. Ze bestellen grote bergen met crab en zitten dan zeer onsmakelijk te eten. Ze rijden in grote auto’s. In de reisgids staat dat elk weekend de rijke Cambodjanen naar Kep komen om te relaxen (lees eten). In het eettentje maken we kennis met een jongen die een tuk-tuk heeft. Hij wil ons morgen ophalen bij ons hotel en naar de boot brengen, die naar een tropisch eiland met mooie witte zandstranden gaat (Rabbit island). We spreken voor morgen af om 09.00 uur.

Als we terug willen lopen naar ons hotel zien we dat het centrum van Kep op vijf kilometer ligt. Als we besluiten om daar eerst nog naar toe te lopen, komt als een duvel uit een doosje de tuk-tuk jongen aanrijden. Hij vraagt of hij ons naar het centrum moet brengen. We vinden het wel wat aan de prijs, maar er is geen concurrentie. We besluiten om toch te doen. Hij geeft ons een rondleiding door Kep. Er staan veel oude kapot geschoten koloniale woningen waarvan onze gids precies weet wie gewoond heeft. Dan stopt hij bij de markt. Kep mag eigenlijk geen dorp heten. Het is een lang uitgerekt gebied met een kleine markt, met een deel van het strand en het deel van de visverkoop/eetstalletjes. Bij de markt staat het oude casino. Het is een groot oud gebouw met binnen veel gokkende vrouwen. De markt zelf stelt niet veel voor. We lopen het casino in en kijken bij de vrouwen die aan het gokken zijn. We mogen geen foto’s maken. Achter het casino ligt het dorp met de oude huisjes. Er spelen hier erg veel kleine kinderen. Ik heb ballonnen bij me en als ik begin met uitdelen komen er vanuit alle richtingen kinderen aanrennen. Het zijn er wel twintig. Ze zijn erg beleefd en blij met de ballonnen. Als we later terug komen zien we dat een gehandicapte jongen, van de opgeblazen ballonnen, een tempel heeft gemaakt.
De andere kinderen hebben de ballonnen bij hem opgehangen en met wat wierookstokjes is het net een tempel. We maken foto’s van de kinderen en ze vinden het geweldig en worden steeds wilder. Ook de ouders vinden het leuk en komen er bij staan. Verder komen we bij een schuur met een pooltafel waar de jeugd om geld poolt en ook met geld backgammon speelt. Dit valt dan weer niet te rijmen. Mensen zijn hier allemaal gek op gokken. Terug naar “Vanna” waar we een andere kamer vragen of een andere kamer zonder airco. Dit kan niet omdat er geen kamer meer vrij is. In overleg wordt de afstandbediening van de airco ingeleverd en een fan op onze kamer gezet. Omdat we de sleutel meegenomen hadden is onze kamer niet schoongemaakt, maar dit wordt snel geregeld. Er komen twee dames die binnen vijf minuten onze kamer schoonmaken. Knap hè. We gaan heerlijk op onze veranda zitten. Liggend in de hangmat kijken we naar de zonsondergang. Wat een geweldig Guesthouse is dit. De zonsondergang is prachtig. We eten bij de seafood restaurantjes aan de waterkant. Het eten is goed maar we worden bijna dood gestoken door honderden muggen. De bediening doet er alles aan om ze te verjagen maar helaas. Na het eten lopen we terug naar onze bungalow en duiken we het bed in. Fan aan, het muskietennet om de matrassen heen, licht uit en slapen. Trusten.


Een dagje naar Rabbit Island.

Zondag 9 december. 07.00 uur worden we wakker en gaan heerlijk op ons terras zitten. Kopje thee, wat wil een mens nog meer? Gert gaat vandaag Bokor Hill verkennen en wij wachten af hoe hij het vindt. Het staat niet hoog op ons lijstje om te bezoeken, maar je weet nooit. We worden, na het ontbijt, netjes opgehaald en de jongens brengen ons naar de aanlegsteiger van de boot. Er zijn nog veel meer mensen die naar het Rabbit-Island gaan en sommige blijven daar zelfs overnachten. Er wordt druk onderhandeld met de eigenaren van de boten over de prijs, zodat iedere bootsman evenveel verdient. Dit is een goede zaak. We worden verdeeld over twee boten en varen, deinend over de golven, in ongeveer een half uur naar het eiland. We leggen aan bij een bounty strandje met geen wit, maar gewoon geel zand. Dit doet niets af aan de schoonheid ervan. Op het strand onder de palmbomen staan wat rieten hutjes waar je kunt eten en er zijn hutjes om te huren. Het ziet er geweldig uit. Het enige nadeel is dat er na 22.00 uur geen stroom meer is en dat je moet wassen met een mandiebak, maar idyllisch is het wel.
De rust die hier heerst is heerlijk. Je hoort alleen het ruisen van de zee. Langs het strand staan bamboe plateaus met een rieten mat waar je heerlijk op kunt liggen. De meeste staan onder de bomen vanwege de warmte. We komen aan de praat met een stel Duitse jongelui die hier al een hele week verblijven en het erg naar hun zin hebben. Van hen horen we dat je om het eiland heen rond kunt lopen, dus lopen we en komen langs vissershuisjes die vlak aan het water staan. Ook komen we langs mooie verlaten strandjes waar we heerlijk skinny dippen, tot we gestoord worden door een bootje van een strandje verder op. We genieten nog even van de rust en lopen dan terug naar het grote strand en nemen een bamboe bedje in de schaduw. Heerlijk. In een hutje waar eten wordt klaar gemaakt liggen twee biggen die even een duikje nemen in zee, voordat ze onder de tafel in het restaurant plaatsnemen. Het is half één en we besluiten om iets te gaan eten op het terras (twee tafels met wat stoelen in het zand). We krijgen rijst met grote verse garnalen en gebakken noodles met inktvis en garnalen. Het is heerlijk en erg veel. Het restje voeren we aan de hond en de kippen die er smakelijk van eten. Na deze heerlijke maaltijd duiken we weer op ons bedje. Tegen 16.00 uur lopen we naar de boot die ons terugbrengt naar het vaste land. Na enige ophef vertrekt de boot met vijf toeristen en een hele grote Cambodjaanse familie terug naar Kep.

Zoals afgesproken staan onze tuk-tuk al klaar en zet ons af bij “Vanna”, waar we nog genieten van de zonsondergang op ons terras. Na een verfrissende koude douche willen we nog een keer eten bij de eettentjes aan het strand. Dit was goed bevallen. We nemen plaats aan een tafeltje en bestellen het eten. Het wemelt nu van de muggen. In het begin hebben we er niet veel last van, maar het wordt steeds erger. Ze gaan echt overal zitten en we slaan ons letterlijk door het eten. We worden er echt gestoord van en ook de andere gasten zijn de hele tijd aan het slaan en genieten ook niet echt van het heerlijke eten. We rekenen snel af en lopen via een hele donkere weg terug naar onze eigen restaurant waar het dan toch wel heel er lekker toeven is. We besluiten dan ook, dat we niet meer in het donker aan het water gaan eten. Gert zit ook in het restaurant en verteld ons over zijn belevenissen van de reis naar Bokor Hill. Het was verschrikkelijk. De reis begon met een rit van een uur achter op een brommer en daarna drie uur in de achterbak van een truck die met 15 km per uur de berg opging over een zandpad met erg diepe kuilen. Het was een ramp, maar het uitzicht vanaf de berg was erg de moeite waard. Je hebt uitzicht over de gehele kust. Het gebouw (een oud casino) wat boven op de berg staat had geen indruk gemaakt. Daarna natuurlijk ook weer de hele rit terug en rood van zon is hij na acht uur hobbelen en één uur uitzicht weer terug. We nemen een paar lekkere borrels en kletsen de avond door.

cambodja cambodja cambodja

Met de brommer op pad.

Maandag 10 december. 06.30 uur. We beginnen de dag weer met een kopje thee op ons terras. Na een douch, regelen we een brommer voor vandaag. Ook moeten we de bustickets naar Phnom Penh voor morgen regelen en weer een kamer in The Bright Lotus. Dit alles is in een kwartiertje gedaan en daarna zwaaien we Gert uit, die voor een paar nachten naar Rabbit Island gaat. Na het ontbijt pakken we “onze brommer”. Blijkt later van een personeelslid te zijn die wat bijverdiend, en gaan op zoek na een peperplantage. In Kep zijn vele peperplantages. In veel recepten wordt veel verse peper verwerkt. We hebben een route mee gekregen uit “Vanna”. Het rijden op de brommer is even wennen want de versnellingen werken net andersom. De zon schijnt fel en we hebben geen bescherming meegenomen voor in de nek (tegen verbranden). Gelukkig hebben we factor 15 op en hopen dat de schade beperkt blijft. De weg op het platteland is geweldig en het voordeel is dat we kunnen stoppen waar we maar willen. Onderweg tanken we 1 liter benzine. De benzine staat, in lege cola en whiskyflessen, langs de weg. Levensgevaarlijk, maar wel handig want je kunt overal tanken. De jongen van het hotel heeft in het Cambodjaanse opgeschreven waar we naar toe moeten, maar omdat de mensen die we onderweg tegen komen niet kunnen lezen schieten we niet echt op. We komen ook een paar jongens tegen die Engels spreken, maar ook die weten niet waar de peperplantages zijn. We besluiten om zoeken op te geven en keren om. De weg door de bergen is erg mooi.
We genieten van het uitzicht en rijden richting Kampot. Onze achterband is erg zacht en we stoppen bij een “benzinepomp” waar we denken dat ze daar wel een pomp hebben. Inderdaad er komt een fietspomp te voorschijn met een drukmeter en de man pompt onze band op. De grote weg naar Kampot is goed berijdbaar en de omgeving is geweldig. We rijden Kampot binnen en het lijkt wel een afgebrand dorp. Over de oude brug stoppen bij een Guesthouse om iets te eten. Pizza en koffie voor zes dollar dit is in verhouding erg duur. Oké, het terras is erg mooi en ook het toilet is bijzonder met grote planten, zeep en een eigen handdoekje. Bij de mannen ligt er verse ananas in de pisbak??. De pizza is heerlijk, net als de schaduw op het terras. We rijden terug naar Kep en tanken onderweg nog maar een keer. We rijden door het centrum van Kep (ha ha) tot we op een vrij slechte zandweg terecht komen. Er zitten echt flinke gaten in en met de brommer over een dergelijk weg is niet echt leuk voor Berry, omdat hij alleen maar op de weg moet letten. We rijden een rijstveld in en komen bij wat hutjes uit.
We stoppen om foto’s te maken en zien dat er uit het dorp een hele groep kinderen komt aan rennen. Ze zwaaien al van verre, maar zijn wel verlegen. We hebben pennen en ballonnen bij ons die we uitdelen. De kinderen zijn allemaal erg beleefd en blijven ons bedanken. Ook de mensen uit het dorpje zijn vriendelijk en zwaaien ons na. Als we terug naar de brommer lopen komen de kinderen achter ons aan. We rijden weer terug en bij “het plein” in Kep slaan we af naar een natuurpark en rijden de berg omhoog. We komen langs een oud gebouw wat niet meer bewoond is. We gaan naar binnen en het huis heeft een balkon met een waarzinnig uitzicht over de zee. We zien ons zelf hier al wonen. De apen slingeren door de bomen voor ons. Weer verder totdat we bijna de top bereiken en een geweldig uitzicht hebben over de kust van Cambodja. Deze weg wordt echt weinig gebruikt want zelfs met een brommer is geen doorkomen aan. Terug naar “Vanna” voor een cup of soup (erwtensoep) op ons terras. Het is ten slotte december. We genieten wederom van de zonsondergang ( de minste van allemaal) en gaan daarna heerlijk muggen vrij eten in ons eigen restaurant. Ik neem gewokte groenten met frieten en Berry natuurlijk vis amok. Het eten is hier echt geweldig. Vooral de verse vis. We drinken nog een borrel en pakken onze tassen voor morgen.


Terug naar Phnom Penh.

Dinsdag 11 december. Vroeg op want om 08.00 uur vertrekt de bus naar Phnom Penh. Pannenkoeken met fruit en yoghurt als ontbijt en dan snel afrekenen. Er is een misverstand over de vertrektijd van de bus. Er wordt gebeld naar de busmaatschappij en we kunnen toch op tijd mee. We stappen achter op de brommer en de jongens brengen ons naar de rotonde onder aan het strand waar de bus ons moet oppikken. De jongens van “Vanna” blijven netjes wachten. We komen in gesprek met Liso (manager van het hotel) en deze verteld ons dat hij ongeveer veertig tot zestig dollar per maand verdient voor ongeveer vijftien uur per dag werken of aanwezig zijn. Ook vertelt hij dat dit nog best veel is en dat de meeste mensen veel minder verdienen. De bus komt aanrijden en stopt. De tassen worden onderin geladen en we vertrekken richting Phnom Penh. Kep was geweldig. Onderweg stoppen we twee keer, maar vier uur later komen we via een mooie route aan in Phnom Penh. Als we de stad komen binnenrijden worden we al toegewenkt door tuk-tuk rijders die ons graag naar een hotel willen brengen.
Eerst onze ontzettend stoffige tassen onder uit de bus halen en dan voor één dollar met een niet te opdringerige chauffeur naar de Bright Lotus. Omdat we niet vroeg genoeg geboekt hebben zijn er geen kamers meer vrij met balkon. Jammer, maar gelukkig hebben ze een geweldig terras beneden waar we lekker kunnen zitten. We nemen een grote kop verse tomaten soep en een noodlessoep. Het eten is erg goed en met verse ingrediënten gemaakt. Onze tuk-tuk rijder die we nog kennen van de eerste dagen in Phnom Penh brengt ons naar de Russische markt. We lopen de hallen door en het lijkt erg veel op de Silk-Market in Beijing, alleen het personeel is niet gemotiveerd en de kleding is erg gedateerd. Er valt niet veel af te dingen en de verkoopsters hebben eigenlijk totaal geen zin om je te helpen. We kijken dan ook niet meer naar kleding maar willen wel een paar leuke souvenirs kopen voor thuis. We vallen voor een houten Bayonbeeld, een kleine Angkor Wat uit hout gesneden en een T-shirt van Tin Tin in Cambodja. Het is erg druk op de markt en de doorgangen zijn heel erg nauw. We moeten daar weer aan wennen na de rust van Kep.
We hebben er snel genoeg van en nemen een tuk-tuk terug naar ons geusthouse. Onderweg worden we bijna beroofd van onze rugzak. Een brommer met drie gasten erop komt naast ons rijden en willen de rugzak uit onze tuk-tuk trekken, helaas voor hen hebben wij deze goed vast zitten. We waren al gewaarschuwd hiervoor. De tuk-tuk rijder die we bij de markt hebben genomen neemt vaart terug en reageert vreemd als we zeggen dat hij harder moet gaan rijden omdat we bijna beroofd zijn. Berry is erg geschrokken en vooral erg kwaad. Gelukkig dat we altijd voorzichtig zijn met onze spullen, anders is de vakantie snel bedorven. De tas is op zich niet erg, maar de foto´s op de kaart zijn wel kostbaar. We besluiten dan ook om maar gelijk een nieuw kaartje in de camera te zetten. We komen tot rust op ons terras en denken dat de tuk-tuk rijder en de jongens op de brommer samen werken. Na een warme douche, lopen we eruit om iets te gaan eten. We komen terecht bij Bali, een Indonesisch restaurant op de eerst verdieping aan de boulevard. Het eten is erg goed. Na een borrel kijken we nog een spannende film op de kamer. Het was een drukke en enerverende dag.


Wandelen door Phnom Penh.

Woensdag 12 december. Tijdens het ontbijt op het terras voor ons hotel, komen er monniken langs die de dagelijkse bedelronde lopen. Ze zijn in opleiding en moeten als taak geld en voedsel ophalen. Een meisje wat in het hotel werkt haalt geld uit de kassa en doet dit in de tas van de monnik. Als dank krijgt zij van de monnik een gebedje. Het meisje knielt voor de monnik. Heel bijzonder. Dit gebeurt hier dagelijks. Vandaag wandelen we door de stad. In de Lonely Planet staat een route die langs het museum, paleis, onafhankelijks museum en de consulaten gaat. We lopen rustig want het is al weer best warm. Het is heerlijk om te wandelen, je kunt alles goed in je opnemen. Wel worden we om de meter aangesproken of we niet toch liever een tuk-tuk willen. We willen een T-shirt laten maken met de tekst “NO TUK-TUK”. In Cambodja is het niet luxe om zelf te lopen en men vindt dit dus ook vreemd. In de buurt van de consulaten wemelt het van de buitenlanders en van de grote SUV´s.

cambodja cambodja cambodja

We vinden een kleine chocolaterie waar ze van alles verkopen. Het ruikt goed en vooral de winkel ziet er heel modern uit. We lopen naar binnen en zien in een vitrine heerlijke brownies liggen. We kunnen de verleiding niet weer staan en nemen een brownie en een heerlijke koffie. We kunnen ook buiten zitten, maar het is wel erg warm in de zon. De brownies zijn echt heerlijk en vooral machtig. Het is hier erg druk en het personeel loopt zich hier de zoom uit de broek. Zo hebben we het nog niet gezien in Cambodja. Deze zaak zou in hartje Manhattan niet misstaan. We lopen na deze onverwachte break verder en komen uit bij een groot modern winkelcentrum van acht verdiepingen wat vlak bij de oude centrale markt staat. Het contrast is groot. In het winkelcentrum zijn allemaal kleine shopjes waar iedereen zijn eigen personeel heeft. De meiden in de shops zitten te slapen, kaarten of te eten. Ze doen wederom geen moeite om ons te helpen of iets te verkopen. Heel vreemd. Voor het winkelcentrum gaan we lekker op de trap zitten en nuttige onze lunch. We hebben lekker brood gekocht bij de chocolaterie en besmeren dit met onze meegenomen chocopasta. Heerlijk. We blijven ons verbazen over de grote verschillen tussen rijk en arm. De `buitenlanders` rijden allemaal in aso bakken en de bevolking heeft bijna niets. Soms een brommer.
We lopen verder naar de oude markt en komen langs het busstation. We zien busjes die volgestopt worden met mensen en goederen. Past het er niet meer in, dan wordt het er buiten langs gebonden of bovenop geplaatst. Er hangt meestal net zoveel aan de achterkant van de bus als dat de bus lang is, geweldig. Dit geldt ook voor de mensen. Ook die moeten boven op zitten. Beenruimte, wat zeur je nou, ze moeten op een zo goedkoop mogelijk wijze met zoveel mogelijk spullen naar een bestemming. We lopen weer verder en komen bij het tegenovergestelde terecht. Hotel Le Royal van de Raffles group. Hier kost een kamer minimaal $160 en maximaal $2000. Er is een ruime tuin voor het hotel die in de kerstsfeer omgetoverd is. Hier zit echt de plebs, die over de rode loper het hotel in komen. De hal is versierd met een mega kerstboom. Het is zo tegenstrijdig dat het eigenlijk niet kan. Achter het hotel ligt een ruim zwembad met daarom heen ligstoelen. In the Elephant bar kun je tussen 16.00 en 20.00 uur voor de helft van het geld een borrel nemen. Zelf heb ik erg veel moeite met deze verschillen.
Via de Us embassy lopen naar Lake Boeng Kak. Aan het meer vind je de echte backpackers area. In eerste instantie wilden wij ook daar gaan slapen, maar dit werd toch een beetje afgeraden. We willen het nu zelf zien. We lopen langs een heel groot terrein waar een grote Moskee op staat. We komen terecht in een iets wat smerige buurt met smalle straatjes. De sfeer is erg gemoedelijk.
De meeste guesthouses hebben een terras aan het meer. Het meer zelf, is bijna geheel begroeid. Vanaf hier met een tuk-tuk naar ons hotel terug. Het is 16.00 uur en voordat de zon ondergaat willen we nog wat mooie foto´s maken van de zonsondergang bij het oude Franse pand naast ons hotel. We lopen nog even langs Friends. Dit is een gebouw waar de organisatie zit die het voor kinderen waar maakt om een gedegen opleiding te volgen. Ze hebben een eigen restaurant waar de kinderen worden opgeleid voor horeca werkzaamheden. De kinderen werken in de bediening en in de keuken. Ook hebben ze een winkel waar je spullen kunt kopen die gemaakt zijn door kinderen die een moeilijke jeugd gehad hebben, bv prostitutie etc. We hebben dit op tv gezien en willen graag een tas kopen die gemaakt is van oude rijstzakken. De meiden die deze tassen maken zijn als kind verkocht aan bordelen om daar te werken. We kopen een mooie tas en lopen terug naar het park tegenover ons hotel. De zonsondergang maakt dat er een mooi licht over het Franse gebouw valt. Tegen deze tijd is het hier erg druk met monniken die van school en werk komen. We maken veel foto’s. Na zo'n dag slenteren ben je wel toe aan een lekkere douche.
Hierna eten bij Frizz. Tijdens het eten kopen we een Lonely Planet van Laos. Het jongetje wat ze verkoopt wil hem eigenlijk niet verkopen maar als we het geld in zijn bak waar de boeken in liggen leggen, neemt hij het toch aan. De kinderen in Phnom Penh zijn erg brutaal. Waarschijnlijk is dit een puur overleving instinct, want ze hebben het hier niet makkeijk. Ik denk dat je beter kunt opgroeien in een dorp. Je merkt het ook dat kinderen in de stad alleen maar geld van je willen en kinderen in een dorp blij zijn met een ballon. Deze kinderen willen geld omdat ze waarschijnlijk verkocht zijn, door hun ouders, en door middel van bedelen hun koper tevreden moeten stellen met het geld wat ze ophalen. Je ziet de kinderen ook het geld afgeven aan hun zgn. moeders. De hele kleintjes worden misbruikt door ze bij een ouder kind op de arm te laten liggen en te doen of ze niets hebben. Triest. Heel erg triest. De tegenstelling is dat er gelukkig ook gezinnen zijn die wel om hun kinderen geven en lopen te wandelen over de boulevard. De jongeren die een beetje geld hebben zitten ook langs de waterkant, en andere die verslaafd zijn aan het snuiven van lijm lopen doelloos rond en vallen mensen lastig en doen soms heel rare dingen. De (meestal) jongens zien er vies uit en stinken een uur in de wind. Ze lopen met een zakje lijm, waar ze de hele tijd aan ruiken en op die manier zo gek als een deur worden. Op deze manier kunnen ze toch nog een beetje `happy` wezen. Tot Morgen.


Onze laatste dag in Phnom Penh.

Donderdag 13 december. We gaan op zoek naar het postkantoor om een kaart te sturen naar "Ray" in Engeland. We lopen naar de Wat Phom en vandaar uit naar het postkantoor. Bij de tempel heerst wederom een relaxte sfeer. Mensen verkopen hun spulletjes en kinderen spelen in het park. Er staat een olifant waar toeristen op rond kunnen hobbelen (erg zielig). Verder over een klein marktje waar allemaal waarzegsters zitten die een kaart leggen of handlezen. Het is er best druk. Het vreemde is dat mensen daar wel geld voor hebben. Bij het postkantoor hebben ze in de eerste instantie geen kaarten en we gaan dus op zoek naar een kaarten verkoper. Normaal wordt je de gehele dag lastig gevallen door verkopers, maar als je ze nodig hebt zijn ze er niet. We vinden een gehandicapte man, die op een landmijn is gelopen, en deze verkoopt ons kaarten. Weer terug naar het postkantoor en horen dat we bij het verkeerde kantoor zijn. Om de hoek is het andere kantoor en hier zijn kaarten in overvloed. We doen de kaart op de bus en lopen richting het de chocolaterie waar we ons gisteren hebben laten verleiden tot een heerlijke brownie. We willen met een tuk-tuk, maar deze vragen belachelijke prijzen en willen ons eigenlijk gewoon niet brengen. Vreemd. Dan maar bezweet aankomen, want het is eigenlijk best wel weer warm. Heerlijk zo´n brownie in de schaduw met wat wind. Wel aardig aan de prijs voor deze begrippen, maar hier komen dan ook alleen maar buitenlanders. Na al dit lekkers hebben we weer energie genoeg om terug te lopen naar het hotel.
Lekker eten op het terras en daarna het park in. We gaan op een muurtje zitten en genieten en fotograferen, van als wat er langs komt. Het is erg leuk om te zien hoe, en met wat, mensen zich verplaatsen. Lekker relaxed.

cambodja cambodja cambodja

Na een douche gaan we weer eten bij Bali. De eigenaresse is een Indische vrouw met een Belgische echtgenoot. Ze spreekt ons aan en vraagt of alles naar wens is. Ze heeft gehoord dat we uit Nederland komen en verteld dat ze al zes jaar hier woont en dit restaurant heeft. Ze doet erg veel voor kansloze kinderen. Als we beginnen over de `moeders` die hun kinderen laten bedelen verteld ze dat deze kinderen dus gekocht zijn en moeten werken voor deze mensen als bedelaar. Ze zegt letterlijk `niet alles wat je ziet is werkelijkheid`. Ook de meisjes met de bloemen en de jongens en meiden met de boeken worden allemaal ingezet om maar geld uit de toeristen te peuteren. De kinderen verdienen er nagenoeg niets aan. Hulporganisaties kunnen weinig voor deze kinderen betekenen omdat hun werkelijke ouders het goed vinden. Deze hebben geld gekregen voor hun kinderen en vinden het goed dat ze moeten `werken`.
De vrouw investeert in vrouwen die willen studeren om zo naar een universiteit te kunnen en bv. rechten willen studeren. Op deze manier kunnen vrouwen elkaar helpen. Vrouwen worden nooit geholpen door mannelijke advocaten. De vrouw verteld ook dat de meeste Cambodjaanse mensen niet willen werken en dat het dus ook moeilijk zal zijn om hier iets van de grond te krijgen. Omdat deze mensen deze instelling hebben worden alle goede zaken overgenomen door de buitenlanders (lees Vietnamese, Indiase en Chinezen). Na het eten drinken we nog wat op een terrasje. We ontmoeten een bijdehante tante van 14 jaar die ook boeken verkoopt. We vragen aan haar wat zij verdient. Ze is heel eerlijk en zegt dat ze als ze niet naar school hoeft, van ´s morgens vroeg tot ´s avonds laat boeken verkoopt voor een boekenwinkel. Daar moet ze dan haar eigen school van betalen. Ze wil graag gids worden en misschien later bij een bank gaan werken. Zij gaat het denk ik wel redden.


Weer naar huis.

Vrijdag 14 december. Vroeg wakker en even lekker buiten op een stoel een boekje gelezen, met het uitzicht op het Nationale Museum. Rustig ontbijten en over de lokale markt lopen. We zoeken een mok van Angkor bier, die volgens de dames van het hotel misschien hier wel te koop zal zijn. Als we zo kijken, verwachten we zelf van niet. Er wordt hier wel van alles verkocht, maar dan echt alleen wat de mensen zelf nodig hebben. Er zitten dames te handwerken in heel kleine hokjes.
Je kunt er je kont nog niet keren maar ze maken echt de mooiste dingen. Het straatje is zo nauw dat als er mensen van de andere kant komen we een probleem hebben. Men verkoopt hier ook allerlei soorten drogisterij artikelen en medicijnen. Hier is ook een pedicure en kapper. Verderop zien we een vrouw hele magere kippen verkopen. De drie kippen worden gewogen. Na het wegen worden de ingewanden er uit gehaald en stukken bij de kont weggesneden. Deze kippen zijn erg duur in verhouding met wat mensen verdienen. De vrouw gooit het geld op de ingewanden en de verkoopster pakt het geld met haar handen waar ze net mee in de kip heeft gezeten en stopt het in haar schort. We worden dus wel even met de neus op de feiten gedrukt dat hygiëne wel erg belangrijk is. We lopen verder en komen langs een souvenirshop met mooie spullen. We kijken maar kopen niets, want uit ervaring blijkt dat je er toch niets mee doet. Even beheersen.
Het wordt alweer aardig warm en tegen 11.00 uur nemen we een laatste douche, pakken onze tassen en gaan op het terras zitten om het dagboek bij te werken. We moeten ons zeker niet inspannen, anders gaan we weer zweten. In de schaduw is het goed te houden. We nemen nog een laatste lunch, betalen de rekening en gaan met onze tuk-tuk rijder naar het vliegveld. Op het vliegveld is het rustig en we wachten af tot we kunnen inchecken. In Singapore stappen we over en moeten we weer opnieuw inchecken, maar dit is goed geregeld. De vlucht terug gaat voorspoedig en ik heb het geluk dat ik veel slaap. Berry kijkt een paar films en na een vlucht van twaalf uur landen we op Schiphol en gaan we met de trein naar huis.



Na een geweldige vakantie en met weer een prachtige ervaring rijker komen we thuis.




Reacties zien we graag terug in ons Gastenboek.